Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 190 Ontw. laat den griffier van het lagere gerecht eene speling van ten hoogste 8 dagen.

TITEL IV.

1 ï?1®19?" ^°°r de rechtbank wordt geprocedeerd als voor

liet nol. De derde titel (procedure voor het hof in eersten aanleg) vindt dus overeenkomstige toepassing. Slechts op een paar punten is afwijking noodig ten gevolge van de omstandigheid, dat het lid der administratieve kamer alleen recht doet. In het geval dat dit lid met bijzitters recht spreekt en de rechtspraak dus collegiaal is, voorziet art.

Ontw.

BOEK III. TITEL I.

1 yë'- §§ 19 en 2(>. Ag. art. 12 Ontw. Vonnissen, voor

de volkomen beëindiging van het onderaoek ter terechtzitting gewezen, zijn niet zelfstandig appellabel.

n/1' 194- Voor alle partijen dient de beroepstermijn op denzelfden lag te eindigen. Vg. art. 46 Ontw. en art. 119 Beroeps*.' - Ter >espoediging van het proces is de beroepstermijn op 14 dagen gesteld, jid ,1 is eene noodzakelijke consequentie van art. 96, lid 2.

Art. 19o. Indiening van het beroepschrift ter griffie van den lao-eren rechter voorkomt omslag Vg. art. 197 Ontw. Anders artt, 119 en 120

zn 7 °"el'lke Terf.lssmgen van partijen worden — dank

" art- lld * — op eenvoudige wijze hersteld.

Art. 196. Vg. art. 119 Beroepsw. Het hooger beroep, dat de geheele

«si,s'Tci„rn.s s oorie<ii "<■<■> «.-Nh

Art. 198. Vg. § 29 en art, 81 Beroepsw.

Artt. 199—201 Verschillende voorschriften, die zoowel in hooger beroep als in eersten aanleg moeten gelden, worden ter vermijding van onzekerheid tekstueel herhaald. Vg. artt. 87—89. — Vermelding der gronden van het hooger beroep (art. 200) ware een ijdel gebod. &

.4 rt 202. Het beroep door welke partij ook ingesteld, beoogt slechts herhaling van het onderzoek van eersten aanleg. H evelen o!^ beroep instellen, er heeft dus slechts één hernieuwd onderzÏÏk p W

helalina°v^2!rt' ^ 91{r93~97 0ntw- Art. 195, lid 2, maakt

Ontw. Adm. Rechtspr.

9

Sluiten