Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 249, lid 2. Als er peen onderzoek ter terechtzitting plaats heeft, moet de dag' van de indiening van het klaag- of beroepschrift liet beslissende tijdstip zijn.

Art. 252. \ g. art. 130, lid 1, Beroepsw.

Art. 25-3. ^ g. art. 130, lid 2, Beroepsw. en artt. 47 en 49 Ontw.

Art. 261. De Overheid kan tegenover een bepaald persoon tot handelen of niet handelen verplicht zijn; een subjectief recht in den < ïgenlijken zin van het woord, zooals wij dien xiit het privaatrecht kennen, kan iemand evenwel nimmer tegen haar bezitten. Daarom noemt het Ontwerp de bovenbedoelde verplichtingen - ter onderscheiding van de rechten in stricten zin — „aanspraken".

TITEL IV.

Artt. 252 vlg. Yg. § 28.

Art. 266, lid 2. Er dient vast te staan, althans ten aanzien van het openbaar ministerie, wie in het strafgeding partij zijn.

Artt. 2,1 en 2/4. In art. 271 gaat het over privaatrechtelijke rechten Voor „aanspraken in art. 274 vg. de II. v. T. op art. 261.

BOEK IV.

EENIGE TITEL.

Art. 275. Yg. art. 72, lid 1, Beroepsw.

Art. 276. Yg. § 30 n°. 1.

Art. 277. Yg. § 30 n°. 2 en 3.

Art. 278. Vg. § 3 n°. 2.

Art. 279. Vg. § 5.

Art. 280. Vg. § 30 n°. 4.

Artt. 281 en 282 Een onwettig verklaard besluit wordt geacht nooit bestaan te hebben (art. 2,8). Om redenen van algemeen belang dient echter van dezen regel te kunnen worden afgeweken. Er wordt biiv eene benoeming onwettig verklaard. Dan zou - werd de benoeming geacht nimmer te hebben plaats gehad — alles wat de benoemde vóór de uitspraak der rechterlijke beslissing had verricht, per slot van rekening blijken liet, werk van eenen onbevoegde te zijn. Zulke verstrek-

Sluiten