Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kende gevolgen moeten, zoo noodig, aan de rechterlijke uitspraak ontzegd kunnen worden. Vandaar, dat den rechter de bevoegdheid toegekend wordt, de terugwerkende kracht zijner uitspraak uit te sluiten. Die uitsluiting houdt, bijv. in het hierboven bedoelde geval, in stand, wat door den benoemde tusschentijds is verricht.

In enkele gevallen zal de rechter nog verder moeten kunnen gaan. Als bijv. een ontslag onwettig verklaard en de plaats van den ontslagene vóór het wijzen van het vonnis reeds aangevuld is, zou, zelfs al miste de rechterlijke uitspraak terugwerkende kracht, een onhoudbare toestand kunnen ontstaan. Ten einde dergelijke verwikkelingen te verhoeden, geeft de wet daarom den rechter de bevoegdheid, een onwettig besluit desnoods in stand te houden. En op soortgelijke overwegingen steunt ook zijn recht, een onwettige weigering te handhaven en geene veroordeeling uit te spreken, niettegenstaande ingevolge de wet gehandeld of besloten worden moet.

Waar de rechter van de hier bedoelde bevoegdheden gebruik maakt, wordt het belang van den klager aan liet algemeen belang opgeofferd. Of juister gesproken, het belang van allen, die onmiddellijk geïnteresseerd zijn bij het aangevallen besluit of de aangevallen weigering, want de onwettigverklaring zou ten aanzien van hen allen hebben gewerkt (artt. 277, lid 1, en 278). Nu blijft onrecht, dat in abnormale gevallen zou hersteld zijn, geheel of tgn deele bestaan. En er zijn dus alleszins termen aanwezig, om aan de onmiddellijk belanghebbenden de schade te vergoeden, die zij dientengevolge lijden. Naar omstandigheden zal de rechter daarom eene schadeloosstelling toeleggen ten laste van den Staat, dien, of het openbaar lichaam, dat het aangaat.

De veroordeeling tot vergoeding wordt uitgesproken tegen het administratief orgaan, belast met de betaalbaarstelling der door het Rijk of het openbaar lichaam verschuldigde schadeloosstelling. Zoo eischt het stelsel van het ontwerp, dat de administratieve rechtspraak als eene controle op de handelingen der administratie opvat en, in overeenstemming daarmede, enkel veroordeelingen van administratieve organen, niet tevens van den Staat of openbare lichamen kent. En opdat omslag zooveel mogelijk vermeden worde, kan de rechter de vergoeding, voor zoover den klager of den medeklager betreft, reeds toeleggen bij de uitspraak, waarin hij de onwettigheid van een besluit of een weigering geheel of ten deele dekt.

Strikt genomen moesten alle belanghebbenden .schadeloosstelling ontvangen. Maar het staat te vreezen, dat tal van personen, die liet onwettige besluit of de onwettige weigering de moeite van een tijdig beroep op den rechter niet waard achtten, zich plotseling zouden herinneren, belanghebbenden te zijn, zoodra financieel voordeel in het verschiet kwam. Aan dergelijke belanghebbenden ontzegt daarom art. 281, lid 3, de aanspraak op schadeloosstelling; zij worden geacht, hun aanspraak verbeurd te hebben. En naar nog eene andere zijde beperkt dit artikel de aansprakelijkheid der openbare kassen. Alleen onmiddellijke en noodwendige schade wordt vergoed. Nadeel, dat niet rechtstreeks of slechts toevallig uit de rechterlijke beslissing voortvloeit, blijft dus buiten aanmerking (art. 281, lid 4).

Sluiten