Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij> hij gebreke van eenen substituut-griffier, vervangen door eenen beëedigden klerk ter griffie.

De beëedigde klerken ter griffie worden door het geregtshof tot wederopzeggens benoemd. Zij moeten den vollen ouderdom van 25 jaren bereikt liebben en leggen, alvorens in bediening te treden, den door Ons vast te stellen eed (belofte) af.

Beëedigde klerken ter griffie, die niet eenen graad bezitten, als in artikel 64 bedoeld, zijn niet bevoegd, den griffier ter teregtzitting te vervangen.

Artikel 25.

Artikel 64 wordt gelezen als volgt :

De raadsheeren der geregtshoven, benevens de griffiers, moeten, onverminderd de vereischten bij de grondwet voorgeschreven, sedert ten minste vijf jaren op eene Rijks- of daarmede gelijkgestelde Nederlandsche universiteit den graad van doctor in de regts- of in de regtsen in de staatswetenschap hebben bekomen; zij moeten tevens den vollen ouderdom van 30 jaren bereikt hebben.

De substituut-griffiers moeten, onverminderd de vereischten bij de grondwet voorgeschreven, eenen gelijken graad bekomen en den vollen ouderdom van 25 jaren bereikt hebben.

Artikel 26.

Achter artikel 64 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 64a. De procureurs-generaal en de advocaten-generaal moeten, onverminderd de vereischten bij de grondwet voorgeschreven, sedeit ten minste vijf jaren op eene Rijks- of daarmede gelijkgestelde Xederlandsche universiteit den graad van doctor in de regtswetenschap hebben bekomen; zij moeten bovendien den vollen ouderdom van 30 jaren bereikt hebben.

Artikel 27.

Artikel 70 wordt gelezen als volgt:

De geregtshoven nemen in eersten aanleg en zonder hooger beroep kennis van het beroep tegen besluiten, in administratief beroep door administratieve organen genomen.

/ij nemen, oorrleelende in administratieve zaken, verder in eersten aanleg en zonder hooger beroep kennis van de beroepen, die in eersten aanleg ter kennisneming van de arroiidissements-regtbanken, binnen liun regtsgebied, staan, voor zoover deze beroepen naar hen ter afdoening worden verwezen of teruggewezen.

Artikel 28.

Artikel 71 wordt g-elezen als volgt:

Zij oordeelen in hooger beroep over alle daarvoor vatbare vonnissen,

Sluiten