Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet pensioen, dat zij zouden genieten ingevolge de wettelijke bepalingen tot regeling van de pensioenen der burgerlijke ambtenaren, genieten zij het pensioen, dat hun ingevolge deze bepalingen toekomt.

Artikel 11G. Indien leden der regterlijke magt, te wier aanzien artikel 12a geene toepassing vindt, 11a den dag der inwerkingtreding dezer wet den vollen ouderdom van 65 of, voor zoover de leden van den hoogen raad betreft, van 70 jaren bereiken, en door Ons op hun verzoek met ingang van den dag, waarop zij den vollen ouderdom van 65 of 70 jaren bereiken, of van eenen lateien dag ontslagen worden, genieten zij als pensioen de volle wedde, door hen op den dag der inwerkingtreding dezer wet genoten.

Indien het pensioen, in het eerste lid bedoeld, minder bedraagt dan het pensioen, dat zij zouden genieten ingevolge de wettelijke bepalingen tot regeling van de pensioenen der burgerlijke ambtenaren, genieten zij het pensioen, dat hun ingevolge deze bepalingen toekomt.

Artikel 117. De ambtenaren van het openbaar ministerie en de griffier en de substituut-griffiers bij den hoogen raad, die op den dag der inwerkingtreding dezer wet den vollen ouderdom van 70 jaren bereiken of bereikt hebben, worden met ingang van dien dag ontslagen.

Als pensioen genieten zij hunne volle wedde. Tenzij hij na 25 Februari 1900 benoemd is, geniet de griffier als pensioen de volle wedde benevens de jaarlijksche schadeloosstelling, die hem, indien hij niet ontslagen was, van den dag der inwerkingtreding dezer wet zouden toekomen.

Artikel 118. De ambtenaren van het openbaar ministerie en de griffiers en de substituut-griffiers bij de geregtslioven, regtbanken en kantongeregten, die op den dag der inwerkingtreding dezer wet den vollen ouderdom van 65 jaren bereiken of bereikt hebben, worden met ingang van dien dag ontslagen.

Als pensioen genieten zij hunne volle wedde. Tenzij zij na 25 Februari 1900 benoemd zijn, genieten de griffiers als pensioen de volle wedde benevens de jaarlijksche schadeloosstelling, die hun, indien zij niet ontslagen waren, van den dag der inwerkingtreding dezer wet zouden toekomen.

Artikel 119. Indien leden der regterlijke magt, die op den dag der inwerkingtreding dezer wet als zoodanig werkzaam zijn, met ingang van eenen lateren dag wegens het bereiken van den vollen ouderdom van i0 of 65 jaren ontslagen worden, genieten zij als pensioen de volle wedde, door hen op den dag der inwerkingtreding dezer wet genoten. Tenzij zij 11a 25 Februari 1900 benoemd zijn, genieten zij, die bij de inwerkingtreding dezer wet griffier zijn, als pensioen de volle wedde benevens de jaarlijksche schadeloosstelling, die hun van den dag der inwerking-treding dezer wet toekomen.

Indien het pensioen, in het eerste lid bedoeld, minder bedraagt dan het pensioen, dat zij zouden genieten ingevolge de wettelijke bepalingen tot regeling van de pensioenen der burgerlijke ambtenaren, genieten zij het pensioen, dat hun ingevolge deze bepalingen toekomt.

Sluiten