Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 120. Bij de benoemingen van regterlijke ambtenaren, die geschieden kragtens de wet tot vaststelling van de samenstelling van den hoogen raad, de geregtshoven, de arrondissements-regtbanken en de kantongeregten en de jaarwedden der regterlijke ambtenaren en beambten, alsmede de klassen der regtbanken en kantongeregten, blijven de artikelen 52 en 63 der wet op de regterlijke organisatie en het beleid der justitie buiten toepassing', tenzij de benoeming later dan drie maanden na de inwerkingtreding der bovenvermelde wet plaats heeft.

Artikel 121. De aanbevelingen, voordragten en benoemingen van regterlijke ambtenaren en beambten, wier benoeming geschiedt kragtens de wet tot vaststelling van de samenstelling van den hoogen raad, de g*eregtshoven, de arrondissements-regtbanken en de kantongeregten en de jaarwedden der regterlijke ambtenaren en beambten, alsmede de klassen der regtbanken en kantongeregten, kunnen plaats hebben, zoodra de dag voor de inwerkingtreding der bovenvermelde wet is bepaald.

Artikel 122. Degenen, die overeenkomstig liet voorgaande artikel met ingang van den dag der inwerkingtreding dezer wet benoemd zijn, kunnen reeds voor dien dag den vereiscliten eed (belofte) afleggen.

Slotbepalingen.

Artikel 123. Artikel 2 der wet van 26 Mei 1841 (Staatsblad n°. 18) is ingetrokken.

Artikel 124. Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip.

De artikelen 46S, 61 b, 83b, 115, 117, 118, 120, 121 en 122 treden in werking, zoodia de dag voor de inwerkingtreding dezer wet is bepaald.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de • hand zullen houden.

Gegeven te

De Minister van Justitie,

Sluiten