Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Memorie van Toelichting

Algemeene beschouwingen.

De wijzigingen, in de wet op de rechterlijke organisatie aan te brengen, blijven beperkt tot die, welke in de §§ 13—17 en 35 der Memorie van Toelichting op het Ontwerp van een Wetboek van administratieve rechtsvordering in uitzicht gesteld zijn. Gewis, er is nog menig ander onderdeel dier wet, dat herziening behoeft. Het onderzoek, voor die herziening vereischt, is evenwel nog niet zóó ver gevorderd, dat de resultaten daarvan in ontwerpen van wettelijke bepalingen kunnen worden nedergelegd.

De artikelen.

Artt. 2, 2a en 2b. Yg. §§ 1—3 en 35 Memorie van Toelichting Ontw. I. Deze drie artikelen bepalen den omvang van de drieërlei rechtspraak, waarmede de rechterlijke macht voortaan belast zal zijn.

Art. 11. Yg. art. 28, lid 2, Ontw. (B. O.) II.

Art. 12a. Yg. § 15 n°. 1 en 2 t. a. pl. Yoor de overgangsbepalingen zie de artt. 114 vlg. Ontw. (E. O.) II.

()p rechters- en kantonrechters-plaatsvervangers vindt art. 12« geene toepassing; zij zijn niet bezoldigd.

Art. 14. De zware last, dien de verhoogde jaarwedden en, voor zoover het tegenwoordig rechterlijk personeel betreft, de pensionneering aan de schatkist zullen opleggen, verplichten tot bezuiniging in de rechterlijke organisatie. Yg. § 15 M. v. T. Ontw. I. Daarom wordt in het ontwerp van wet, regelend de samenstelling der gerechten enz. (III) voorgesteld, de vier kantongerechten te Amsterdam, gelijk ook de drie kantongerechten te Botterdam, tot één gerecht te vereenigen. Deze kantongerechten zullen ieder 4, respectievelijk 3 kantonrechters en 1 griffier, benevens 3, respectievelijk 2 substituut-griffiers ontvangen. Maar met het oog op de toeneming der werkzaamheden, die in de naaste toekomst te wachten staat, dient Ontw. III het maximaal aantal rechters en substituut-griffiers reeds nu op 5, respectievelijk 4, en 4, respectievelijk 3, te bepalen. Ten slotte zal voor liet kantongerecht in Den Haag, dat anders te eeniger tijd waarschijnlijk in twee gerechten gesplitst zou moeten worden, eene dergelijke organisatie worden vastgesteld. Yg. art. 4 Ontw. III.

Ontw. Adm. Rechtspr.

10

Sluiten