Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het voordeel dezer regeling ligt voor de hand. In plaats van de salarissen van 8 (11) griffiers, zullen voor deze kantongerechten voortaan slechts de wedden van 3 griffiers en 5 (8) substituut-griffiers op de begrooting uitgetrokken worden.

Behalve wijzigingen in de wet, regelend de samenstelling der gerechten enz., moeten ten gevolge van de voorgestelde bezuiniging ook verschillende veranderingen in de wet op de rechterlijke organisatie aangebracht worden. Naast de griffiers der kantongerechten moeten voortaan ook de substituut-griffiers genoemd worden. Yg. artt. 14, 33, 34, 35 en 37 Ontw. (E. O.) II. Dan behoort, waar een kantongerecht meer dan één rechter bezit, eene verdeeling van werkzaamheden te worden vastgesteld. Art. 19 R. O. moest dus worden aangevuld. De samenvoeging der 3 kantongerechten te Rotterdam en der 4 kantongerechten te Amsterdam doet bovendien de in de artt. 33, lid 2, en 24, lid 3, bedoelde kantons vervallen. Deze leden moeten dus geschraptwórden.

Art. 18. Administratieve zaken zijn doorgaans spoedeiscliend.

Art. 19. Yg'. M. v. T. op art. 14 hierboven.

Art. 23. Vg. art. 23 Ontw. I.

Art. 28. Yg. art. 30 n°. 1 Beroepsw.

Art. 30. De wet, regelende de samenstelling der gerechten enz., bepaalt ook de klasse-indeeling. Yg. Ontw. III.

Art. 31. Het hier behandelde onderwerp wordt in de wet, regelend de samenstelling der gerechten enz., geregeld. Ag. Ontw. III.

Artt. 33, 34 en 35. Vg. M. v. T. op art. .14 hierboven.

Art. 3G. In het ontwerp van wet, regelend de samenstelling der gerechten enz., wordt voorgesteld, onder zekere beperkende voorwaarden rechters, aangesteld in een bepaald kanton, met de werkzaamheden van kantonrechter in een aangrenzend kanton te belasten. Zulke rechters hebben aanspraak op vergoeding van reiskosten, als zij zich voor dienstzaken naar het kanton begeven, waar zij met de waarneming Van de kantonrechterlijke functiën belast zijn. \ g. art. 8 Ontw. III.

Art. 37. Yg. M. V. T. op art. 14 hierboven.

Artt. 46a en 465. Vg. § 15 n°. 4 en 6 t. a. pl. en art. 89 Reglement. n°. I (art. 19 R. O.). Deze of gene rechtbank der eerste klasse zal mettertijd haren vice-president moeten missen (art. 3 Ontw. III). Het onderscheid, dat art. 89 Regl. n°. I thans, met het oog op de vorming der kamers, tusselien de rechtbanken der eerste en der tweede klasse maakt, moet dus vervallen. — Art. 465, lid 3, voorziet in liet geval, dat het aantal doctoren in de rechts- of in de rechts- en m de staatswetenschap, waarover een college beschikt, de inachtneming van art. 465, lid 2, onmogelijk maakt.

Sluiten