Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ming aaii ontslag op grond van art. 12a bloot, zij laat de finaneieele aanspraken, ten tijde van de invoering der nieuwe wetgeving bezeten, volkomen ongerept. Daarvoor waakt art. 119, dat aan alle ambtenaren, vóór de invoering der nieuwe wetgeving benoemd en daarna wegens liet bereiken van den leeftijd van 65 of 70 jaren ontslagen, de bij de invoering der nieuwe wetgeving genoten wedde als pensioen toekent.

Artt. 115 en 116. Het is in het belang eener goede rechtsbedeeling, dat diegenen onder de in art. 114 bedoelde ambtenaren, die onder den last der jaren gebukt beginnen te gaan, voor jongere krachten plaats maken. Daarom zijn te hunnen behoeve vrijgevige pensioenbepalingen opgesteld. Zij namelijk, die bij de invoering der nieuwe wetgeving 65 of 70 jaar oud zijn, ontvangen als pensioen de volle wedde, op dat tijdstip door hen genoten, als zij met ingang van den dag der inwerkingtreding der nieuwe wetgeving ontslag nemen. En dezelfde gunstige bepaling geldt, als zij op hun verzoek naderhand, bijv. een of twee jaar na de invoering der nieuwe wetgeving, ontslagen worden.. Wie langer gearbeid heeft, bezit toch zeker dezelfde rechten. Yg. art. 115.

Voor hen, die na de inwerkingtreding- der nieuwe wetgeving den leeftijd van 65 of 70 jaren bereiken, is een soortgelijke regeling ontworpen. Ook daarbij zijn de finaneieele aanspraken, die de betrokkenen ten tijde van de invoering der nieuwe wetgeving bezitten, onverkort gehandhaafd. En ook daarbij is, evenmin als in art. 115, niet onderscheiden tusschen hen, die dadelijk bij het bereiken der leeftijdsgrens of eerst later ontslag vragen. Yg. art. 116.

Voor artt. 115, lid 2, en 116, lid 2, vg. M. v. T. op art. 110, lid 2.

Artt. 117 en 118. De artikelen 117 en 118 regelen het ontslag, te verleenen aan de tot wederopzeggens benoemde ambtenaren, die bij de invoering der nieuwe wetgeving de leeftijdsgrens van art. 12a nieuw reeds overschreden hebben. Tevens stellen die bepalingen de pensioenaanspraken der ontslagenen vast. Daarbij werd uitgegaan van het beginsel, dat het ontslag de finaneieele aanspraken der betrokkenen niet verkorten mag. Yoor zoover de griffiers betreft, vg. het Ontwerp van wet tot afschaffing van de griffiers-emolumenten (IV). Verondersteld wordt, dat dit Ontwerp óf vóór óf tegelijk met deze wijziging van de wet op de rechterlijke organisatie in het Staatsblad verschijnt.

Art. 119. Deze bepaling regelt de pensioenaanspraken van hen, die vóór de invoering der nieuwe wetgeving zijn aangesteld en na die invoering wegens het bereiken der leeft ij ds grens ontslagen worden. Zij is van ruimer strekking dan de beide voorgaande. Betreffen de artikelen 117 en 118 toch alleen ambtenaren, die tot wederopzeggens zijn aangesteld, artikel 119 betreft ook voor het leven benoemde leden der rechterlijke macht. Evenwel niet alle, want zij, die ten tijde der invoering der nieuwe wetgeving voor het leven zijn aangesteld en in dezelfde betrekking werkzaam blijven, kunnen niet krachtens art. 12a ontslagen worden. Vg. art. 114.

Sluiten