Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 4. De salarieering bij de colletjcs.

De rechterlijke ambtenaren moeten behoorlijk bezoldigd worden. De tegenwoordige wedden zijn te laag. Eene verhooging met f 1000, in vijf tweejaarlijksehe termijnen te bereiken, zal de noodzakelijke verbetering brengen. Vg. §§ 14 en 15, n°. 2, M. v. T. Ontw. I.

Is daarmee alleen reeds een in alle opzichten bevredigende toestand verkregen .-1 \ oor zoover den hoogen raad en de hoven aangaat, ongetwijfeld ! Maar ook voor de rechtbanken.? Xaar de bestaande wet van 9 April 18i i (Staatsblad n°. 79) zijn de salarissen bij de rechtbanken der eerste klasse namelijk hooger dan bij die der tweede klasse. En moet dit verschil in bezoldiging nu niet vervallen ? Alle rechtbanken zullen toch in de toekomst niet meer dan het hoog' noodige personeel ontvangen. Overal zal de te verrichten arbeid voor ieder dus ongeveer dezelfde worden.

Gelijkheid in bezoldiging zou te verkrijgen zijn óf door de bezoldiging bij de rechtbanken tweede klasse tot die bij de colleges eerste klasse te verhoogen, of door de bezoldiging bij de rechtbanken eerste klasse tot die bij de colleges tweede klasse te verlagen. Aan de eerste oplossing kan echter, om financieele redenen, niet worden gedacht. En de tweede 'oplossing geeft niet wat een bevredigende regeling der salarieering geven moet: bezoldiging van het rechterlijk personeel zóó hoog, dat de beste krachten onder de juristen tot de rechterlijke macht worden aangetrokken.

Er moet dus een middenweg gekozen worden. Het ontwerp vond dien in het behoud van het bestaande verschil in bezoldiging. Dat zoodoende vermeden wordt, met eenen bestaanden toestand te breken, kan nauwelijks een argument lieeten. Er zijn dan ook andere, klemmender redenen. Zonder de schatkist te zwaar te belasten, wordt op de voorgestelde wijze aan het personeel van de rechtbanken der tweede klasse liet vooruitzicht geopend, te eeniger tijd een hoogere wedde te ontvangen. Daarmede is een prikkel tot naarstige plichtsbetrachting geschapen: daarmede is tevens aan ieder, die zich terdege inspannen wil, een behoorlijk salaris in de toekomst verzekerd. Een goed ambtenaar bij eene rechtbank tweede klasse klimt immers steeds, ïla korter of langer tijd, tot eene rechtbank eerste klasse op. Yg. art. 3 Ontw. III.

AA elke rechtbanken nu tot- de eerste klasse beliooren, is in dit stelsel vrij wel onverschillig. De bestaande classificatie der rechtbanken kon dus behouden worden. Te minder reden bestond er, aan de bestaande classificatie te raken, omdat de onbillijkheid, die de tegenwoordige, op de classificatie gegronde regeling aankleeft, in het ontwerp is weggenomen. Door rechtbanken, waar weinig omgaat, in de eerste klasse in te deelen en aan de rechtbanken dier klasse eene sterkere minimale samenstelling te geven, verzekert de wet van 9 April 1877 {Staatsblad n°. 79) aan liet personeel van deze of gene rechtbank eerste klasse bij minder arbeid- een hoogere bezoldiging. Dat is onrechtvaardig. Maar die onrechtvaardigheid zal verdwijnen, zoodra dit ontwerp wet zal zijn geworden.

Met de verplichte minimale samenstelling wordt immers gebroken.

Sluiten