Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ieder college zal voortaan slechts zooveel personeel ontvangen, als het voor de richtige vervulling zijner taak noodwendig behoeft. Mettertijd zal dus iedere rechtbank, zij behoore tot de eerste of de tweede klasse, naar evenredigheid harer samenstelling, eene gelijke hoeveelheid arbeid verrichten.

Herziening der classificatie is niet alleen onnoodig. Zij zou ook eene gevaarlijke onderneming zijn. Want met welken maatstaf moet de hoeveelheid arbeid, door iedere rechtbank verricht, worden gemeten ? De cijfers der gerechtelijke statistiek geven in dit opzicht voor de rechtbanken — anders dan voor de kantongerechten — slechts onvolledig materiaal. De verrichtingen der rechtbanken zijn daarvoor te ingewikkeld en te verscheiden. Werkzaamheden, die hier veelvuldig zijn, komen daar nauwelijks voor. En zaken van dezelfde soort geven in het eene arrondissement veel meer werk dan in het andere. Hier zijn verstekzaken, daar pleitzaken zeer talrijk; hier zijn liet doorgaans eenvoudige gedingen, daar veelal processen met verwikkelingen, die inspannenden arbeid eiselien. Eene juiste classificatie naar den verlichten arbeid is daarom slechts mogelijk, als behalve op het aantal, ook op den aard, op de moeilijkheid der behandelde zaken wordt gelet.

De waardeering van de moeilijkheid van rechterlijke verrichtingen hangt echter geheel van persoonlijk inzicht af. l)e maatstaf voor eene nieuwe classificatie zou dus subjectief zijn. Eene nieuwe classificatie zou menigeen daarom wel eens willekeuriger kunnen schijnen dan de tegenwoordige indeeling. Daarbij komt, dat iedere wijziging in de tegenwoordige classificatie juist omdat een objectieve maatstaf ontbreekt gevoeligheden zou kunnen opwekken, die op de ontvangst, aan dit ontwerp bereid, van beslissenden invloed zouden kunnen zijn.

§ 5. De classificatie der kantongerechten in verband met de salarieeriny.

Het salaris van de kantonrechters en van hunne griffiers moet met den door hen verrichten arbeid in overeenstemming zijn. Zuiniger samenstelling van de kantongerechten, naarmate zij minder te doen hebben, is niet, zooals bij de rechtbanken, mogelijk. Ieder kantongerecht. bezit slechts liet allernoodzakelijkst personeel. Vg. echter art. 4 A, B en C Ontw. III.

Het ontwerp moest daarom de kantongerechten, naar den verrichten arbeid, in drie klassen iiuleelen en, in verband met die indeeling, voor de lagere klassen een lager salaris vaststellen. Zoo doet trouwens reeds de tegenwoordige wet op de samenstelling der gerechten enz. van 9 April 1877 (Staatsblad n°. 79). Maar het ontwerp doet meer. Het waakt er ook voor, dat ieder gerecht overeenkomstig den werkelijk verrichten arbeid ingedeeld wordt. Er wordt namelijk een objectieve maatstaf ter bepaling van den verrichten arbeid voorgesteld en naar dien maatstaf heeft de classificatie plaats. Ten slotte draagt het ontwerp ook nog zorg, dat als de omstandigheden zich wijzigen, de indee» ling overeenkomstig den nieuw gevestigden toestand wordt herzien.

Welke is nu de maatstaf ter indeeling ? En hoe wordt de regelmatige herziening' der classificatie verkregen?

Sluiten