Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anders dan bij de rechtbanken zijn de werkzaamheden der kantongerechten eenvoudig en eenvormig. In aard en moeilijkheid loopen zij \ an kanton tot kanton niet ver uiteen, üp de cijfers der gerechtelijke verrichtingen, die voor de rechtbanken slechts een onzuiver beeld van den verrichten arbeid geven, mag daarom eene indeeling der kantongerechten worden opgebouwd. Als maatstaf ter indeeling stelt het ontwerp dan ook een zeker aantal zaken, dat een kantongerecht gemiddeld per jaar gedurende eene tienjarige periode in behandeling neemt.

De bij dagvaarding aangebrachte burgerlijke zaak is als eenheid van berekening aangenomen. En met één burgerlijke zaak zijn tien strafzaken gelijkgesteld. De overtredingen, die de kantongerechten te berechten hebben, zijn in doorsnede toch zeer eenvoudig. Bovendien komen zij telkens in denzelfden vorm terug. De arbeid, voor de behandeling van ééne burgerlijke zaak vereischt, mag daarom gerust op eene lijn worden gesteld met de inspanning, die de berechting van tien strafzaken vordert.

De aanneming- van een cijfer, met behulp waarvan de burgerlijke en de strafzaken tot zaken van dezelfde soort herleid worden, is dringend noodig. De verhouding, waarin het aantal der behandelde strafzaken tot dat der behandelde burgerlijke zaken staat, verschilt namelijk belangrijk van kanton tot kanton. Hier zijn de strafzaken naar evenredig'heid talrijk, daar de burgerlijke zaken. Zonder herleiding van burgerlijke en strafzaken tot zaken van eenzelfde soort, zou dus eene classificatie, die gerechten met gelijk omvangrijken werkkring in dezelfde klasse rangschikte, niet te bereiken zijn.

De maatstaf ter indeel in"- is de volgende:

O O

Eerste klasse: kantongerechten met gemiddeld meer dan 400 burgerlijke zaken per jaar; *

Tweede klasse: kantongerechten met gemiddeld meer dan 200 burgerlijke zaken per jaar;

Devcle klasse: de overige kantongerechten.

Ieder cijfer is altijd min of meer willekeurig. Een blik in de gerechtelijke statistiek kan echter leeren, dat naar den voorgestelden maatstaf de kantongerechten, waar weinig omgaat in de derde, waar meer omgaat in de tweede en waar veel omgaat in de eerste klasse zullen worden ingedeeld. Meer dan één kantongerecht, dat thans te hoog is geplaatst, zal dan ook naar eene lagere klasse afdalen.

Het getal der gemiddeld per jaar aangebrachte burgerlijke en strafzaken moet onbetwist vaststaan. Aan den Minister van Justitie wordt daarom opgedragen iedere tien jaar, te beginnen met de tien jaar aan de invoering der nieuwe wetgeving voorafgaande, eene lijst openbaar te maken, waarin voor ieder kanton liet getal der jaarlijks aangebrachte zaken wordt vermeld.

De classificatie der gerechten zal ten slotte — behalve voor die te Rotteidam, te s-Gravenhage en te Amsterdam — bij alg-emeenen

Sluiten