Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i)en Haag voortaan ten hoogste twee rechters en één griffier, benevens een substituut-griffier zal moeten bezitten.

Voor de. wedden van de kantonrechters te Amsterdam en te Rotterdam vg. | 7 Memorie van Toelichting Ontw. III.

De griffiers van de drie hier bedoelde- kantongerechten ontvangen, anders dan bij de overige kantongerechten der eerste klasse, een aanvangssalaris van f 3000, resp. f 2500. Zij zijn immers niet enkel griffier, maar tevens, evenals hunne collega's bij de rechtbanken, chef van één of meer substituut-griffiers. De aanvangswedde van den griffier in Den Haag is op f 2500 gesteld, omdat hij slechts één substituutgriffier naast zich zal hebben.

In verband met de organisatie, voor de gerechten te Amsterdam en te Rotterdam voorgesteld, zullen de wetten, die hun rechtsgebied regelen, gewijzigd moeten Worden. Tevens zullen overgangsmaatregelen moeten worden vastgesteld van dezelfde soort, als zijn vervat in de wetten, van 9 April 1877 (Staatsblad n. 80) en 20 Juli 1895 (Staatsblad n°. 133).

Vgl. verder §§ 2 (slot), 5 en 6 Mem. van Toel. Ontw. III, benevens art. 2 wet 9 April 1877 (Staatsblad n°. 79), gewijzigd bij de wetten van 20 Juli 1895 (Staatsblad n°. 133), 2 Mei 1897 (Staatsblad n°. 130) en 24 Juli 1903 (Staatsblad n°. 234).

Artt. 5- 7. Vgl. § 5 Mem. van Toel. Ontw. III.

Ai'tt. 8 en 9. Er zijn kantongerechten, waar zeer weinig omgaat. Opheffing van zulke gerechten ware een te radicale maatregel. De rechtzoekenden leden daardoor te groot ongerief; ze geraakten te ver van hunnen rechter verwijderd.

De artt. 8 en 9 trachten daarom op andere wijze naar bezuiniging. De Kroon erlangt de bevoegdheid, aan den rechter van een kanton de waarneming van de kantonrechterlijke functiën in een ander naburig kanton op te dragen en in dit kanton de plaats van kantonrechter onvervuld te laten. Het kantongerecht van dit kanton blijft dus in stand, al wordt daarbij geen kantonrechter benoemd. De griffier en de ambtenaar van liet openbaar ministerie blijven aangesteld. En de kantonrechter, met de waarneming der kantonrechterlijke functiën in dit kanton belast, zal daar op de bij het reglement aangewezen dagen de vereischte zittingen komen houden (art. 27 Regl. n°. I j°. art, 19 R. O.), hij zal daar ook de volontaire jurisdictie komen uitoefenen. In één woord, hij zal daar optreden, als ware hij daar als kantonrechter aangesteld.

De rechter van een kanton, die bij een naburig vacant kantongerecht de kantonrechterlijke functiën waarneemt, is bij dat gerecht niet tot kantonrechter aangesteld of benoemd. Speciale bepalingen, die hem ontheffen van de verplichting, te wonen in het kanton, waar hij benoemd is (art. 34 R. O.), of die hem ontslaan van de. verplichting, na zijne aanstelling den in art. 29 E. O. bedoelden eed af te leggen, zijn derhalve 'overbodig. Om dezelfde reden behoeft hij niet — indien het kanton, waar liij is aangesteld, en liet kanton, waar liij als waarnemend kantonrechter optreedt, onder verschillende rechtbanken ressor-

Sluiten