Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelling als men er het wetboek bij uitnemendheid der Nederlandsche taal eens op naslaat. „Vooral in onze eeuw is dit gebruik, hetzij dan van een znw. of bnw. (of deelwoord) met als, gevolgd door ik ben, hij is, het is enz., als verklarende of redengevende bijzin, ') meer algemeen in zwang gekomen, ongetwijfeld ook onder invloed der overeenkomstige Fransche zegswijze insensé que j'étais, aveugle que vous êtes, enz. Men heeft dan ook meermalen onze uitdrukking als een gallicisme afgekeurd, doch ten onrechte, want zij laat zich zuiver grammatisch verklaren, en het voor beeld van Heinsius leert, dat zij reeds oude rechten kan doen gelden". Dit werd in het Woordenboek geschreven in 1898. Het voorbeeld van Heinsius, waarop gedoeld wordt, is:

Onnoosel als wij sijn, wij laten ons berooven Van onsen besten pandt met lichte te gelooven.

Een dergelijke zegswijze als: onnoozel als wij zijn, wordt opgegeven als 'n variant van de verbinding: znmw. + als ik ben, strekkende om den inhoud van den hoofdzin toe te lichten door de vermelding der hoedanigheid van den persoon, waarvan sprake is. Weer een citaat uit Heinsius dient hier ter toelichting:

Indien ghij waert bevreest, o moorder, o verrader, Te voeren my naer huijs bij dijnen ouden vader, Een dochter als ick ben van konincklick geslacht,

Van alle man bekent, van alle man geacht,

waarin men gemakkelijk den overgang van verklaring tot redengeving kan zien. Dergelijke wendingen zijn, volgens het Woordenboek, een verdere ontwikkeling nevens hetgeen wij vinden in gevallen als bv.: arme wurmen als gij zijt, uit-

') In 't Eng. vindt men ook vaak verbindingen van 'n deelwoord of 'n znmw. met as I am enz. in het redengevend verband (zie Dr. Stoffel, Intensives and Down-toners), zelfs maar slechts "bij hooge uitzondering 'n bijv. nmw. -j- as I am in deze beteekenis.

Sluiten