Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Lidwoord.

Zeer interessant is het nu volgende hoofdstuk over het lidwoord, dat weer heel wat nieuws brengt. Zoo spreekt Van Duyl bijv. over het gebruik van le, la, les „dans certaines exclamations oü le hollandais le supprime ou se sert de 1'article indéfini" zonder er echter op te wijzen, zooals Robert doet, dat het lidwoord hier nog z'n oude aanwijzende kracht heeft (p. 50 § 7). Doch waarom, vraagt men, wordt niet naar deze § verwezen op p. 44, waar de schrijver het toch heeft over de „valeur démonstrative" van 't bepalend lidwoord, aangetoond door wendingen als il y a des mots qai .... — waarom dit in de eerste plaats? — pour le moment, agir de la sorte, etc. Evenmin wordt verwezen naar de opmerking van pag. 191, waar nogmaals dit verschijnsel ter sprake komt naar aanleiding van cette idee! — ons 't idee! „En revanche, le frangais désigne par 1'article défini la personne ou la chose, objet de 1'admiration, quelquefois du blame, venant de celui qui parle".

Wat de historische verklaring der saamgetrokken vormen du, des, au enz. betreft, had de schrijver wat uitvoeriger kunnen zijn. Zoo zegt hij: de -)- les est devenu deus, des, waar 't toch eerst dels geweest is — deus vindt men noch in Nyrop, noch in Meyer-Lübke ■—; au pluriel a les devint as, aus, aux, waar 't toch eerst als was en merkwaardig genoeg nog as is in 't Lotharingsch; en le a donné enl, el, en, waar 't volgens Nyrop is enl, el, eu dan ou, disparu devant au, qui en a pris les fonctions; het meervoud en les, devenu es, n'a subsisté que dans certaines locutions archaïques: docteur ès sciences, maïtre ès arts etc., waar Nyrop geeft en les ens (peu employé) of els es. Hoe uitvoerig het werk van Nyrop is, moge blijken uit wat hij verder te zeggen heeft over en en ès: Après la mort de el (en le) et de ès (en les), les grammairiens interdisent

Sluiten