Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer merkwaardigs: „accord" bij de eerste, waar men het niet verwachten zou, daarentegen geen „accord" bij de tweede, waar men het wel verwacht, terwij bij Robert en ook bij Hultenberg overal alles in dit opzicht in orde is. Met onverwacht „accord" citeer ik uit P. Veber, Qui perd gagne, I, 2: „Vous êtes tout ce qu'il y a de plus aimables d'être venues", waar tout ce qu'il y a de plus al geheel verflauwd is tot een vaag trés of bien. Zonder verwacht „accord", dus met den genitief in 't enkelvoud: „OuangTasich ... que ses paroles représentent comme un homme des plus intelligent" door Aug. Gittée geciteerd uit de Chronique van 1906 naast nog andere gevallen als une lettre des plus discrète, die voor liem aanleiding waren om te vragen, wat men schrijven moet: Un homme des plus intelligents of: des plus intelligent? Ofschoon niet behoorende tot de „hommes compétents" om wier voorlichting hij vraagt, zou ik toch 'n oplossing van de quaestie aan de hand durven doen.

Natuurlijk heeft men uit te gaan van une lettre des plus discrètes, waarnaast zich une lettre des plus discrète ontwikkelt, omdat langzamerhand ook des plus verflauwt tot een trés- of We/z-formule, wat niet belet dat puristen daaraan aanstoot zullen blijven nemen.

De 5e formule is au possible na 't adjectief. Ook echter, hoewel minder gebruikelijk (ridicule) au premier chef, au dernier degré enz. of in de volkstaal d l'as (Hultenberg).

De 6e formule is d'un voor 't predicaat, als in c'est d'un béte, waarvan men weer bij Hultenberg allerinteressantste illustraties vindt, o.a. deze: „Tu sens d'un fort (Marni, Fiacres, p. 56), die bewijst, dat deze formule al verder terrein veroverd heeft.

Als 7e formule geeft Robert de herhaling van 't bijv. naamw., door middel van de of mais verbonden. Eenvoudige herhaling zonder de of mais komt echter ook vaak voor: jolie-jolie bijv. in Lavedan's Nouveau Jeu. Heel zeld-

Sluiten