Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Telwoord en 't Voornaamwoord.

In het hoofdstuk Le nom de nombre wordt het gebruik van un in plaats van premier enz. toegelicht, alweer met de nieuwste bewijsplaatsen. Hierbij had ook gewezen kunnen worden op dit gebruik na 't znmw. acte — Robert geeft enkel chapitre en page — waardoor men 't gallicisme gekregen heeft, dat hieronder geïllustreerd wordt:

Entre son monologue du un et ses tonitruantes imprécations du deux, le majestueux Agammemnon a 1'habitude de boire un bock (Journal Amusant 1909, p. 11).

Pour rien au monde la farouche Clytemnestre ne descendrait en scène pour sa grande lamentation du trois avant de s'étre fait jouer la Matchiche (ld. p. 12).

Jeanne. — Vous nejouez pas ce soir?

Laure. — Si, mais je ne suis que du trois.

(Veber, Qui perd gagne, II, 2).

Aan het slot van dit hoofdstuk verwijst de schrijver ons naar zijn Phraséologie frangaise, een boek dat geen studeerend onderwijzer of leeraar ongelezen laten mag, voor zegswijzen en gallicismen. Men zal eenmaal aan 't lezen, niet zoo spoedig weer tot de grammatica terugkeeren, zoo onderhoudend en belehrend tevens weet Robert te zijn. Daar hij echter in de Phraséologie niet tot 500 gaat, is mij het volgende zinnetje uit Daudets Le Petit Chose nog altijd een raadsel: „A peine eut-il le dos tourné, la dame de grand mérite s'en alla a son tour a 1'office faire un cinq cents avec la cuisinière." Welk kaartspel is dit? En wat beteekent faire le coup de trois? En zegt men ook niet faire les dix pas en faire les cent dix-neuf coups?

Ook bij het voornaamwoord valt weer het monographisch karakter van 't boek op. Sprekende over //, zegt Robert: II se supprime aujourd'hui encore dans tant y a que, n'importe etc. (p. 161), maar het thema is veel wetenschap-

Sluiten