Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

constances, je ne regretterais pas autrement que Juliette en füt débarrassée.

Bij de formes nominales du verbe wijst Robert op de thans nog als subst. gebruikte infinitieven als le boire, le manger etc., waarbij 'n verwijzing naar p. 427 niet misplaatst zou zijn. Is het gebruik zoo fort restreint?

Afgezien van fossiele vormen als loisir, manoir&nplaisir, lijkt het wel of dergelijke gesubstantiveerde infinitieven weer meer in trek komen, terwijl ze in de technische taal vrij gewoon zijn. ')

Een groote moeilijkheid bij den infinitief is te weten waar hij door de voorafgegaan moet worden, waar niet. Ook hier loopen theorie en practijk soms uiteen. Zoo schrijft Robert voor: na aimer infinitief zonder de (p. 278). Minder beschaafde sprekers echter houden zich hieraan niet, getuige Lavedan, Le Nouveau Jeu, p. 10: „si j'étais née male, j'aurais bien aimé d'être gymnaste." Opmerkelijk is, dat het zoo sprekend asphaltbloempje zich houdt aan den regel van het klassiekste Fransch der 17e eeuw, die voorschrijft, dat aimer gevolgd moet worden door den infinitief met de: men vergelijke slechts Haase, p. 302 met voorbeelden o.a. uit Bossuet, Racine en Masillon. Haase is wat liberaler dan Robert, want hij zegt: Cet emploi n'a pas tout a fait disparu; on dit encore, exceptionnellement être accoutumé de et aimer de.

Met a verbonden, zegt Robert (p. 208ö), gebruikt men den infinitief: pour exprimer le moyen ou la manière, comme le ferait un gérondif. Dit lijkt mij niet gelukkig geformuleerd voor gevallen als a vous entendre, a vrai dire, a franchementparler etc. En er is dan ook een autoriteit, die het geheel met mij eens is: de schrijver zelf op p. 321c; „La locution on dirait que (on dirait de) suppose une condition

0 Zeer juist is de opmerking van Herckenrath in de noot op p. 58: In den stijl van sommige modernen verschijnt dit gebruik van den infinitief weer.

Sluiten