Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Woordvorming.

Het laatste hoofdstuk handelt over de woordvorming. Jammer dat hierbij niet gesproken is over de reduplicatie, waarvan Robert zelf voorbeelden heeft op pag. 322, nl. froufrou en glouglou. Nergens zal men dit proces van taalverrijking zoo mooi, interessant en uitvoerig behandeld vinden als in Nyrop's boek. Bij zijn voorbeelden is te voegen poche-poche aangeschoten en tevens is hier gelegenheid om te wijzen op de eigenaardige combinatie papa-maman voor: parenis in Lavedan, Leurs Soeurs, p. 109: j'ai des papamaman qui prennent trés au sérieux ce léger détail. En mag ik er ook op wijzen, dat appelenbollen (p. 426) niet is beignets aux pommes, noch chaussons aux pommes, zooals alle woordenboeken vertalen? Een beter woord kan ik echter niet geven. Op enkele kleinigheden kan hier nog gewezen worden. Robert geeft alléén voorbeelden van re vóór werkwoorden, hoewel het ook voorkomt voor andere rededeelen. In de mode is bijv. zut, zut, zut et rezut! En zelfs vindt men rebonjour! Verder houdt hij zich aan de ouderwetsche verklaring van ier nl. ier désigne le vase qui peut contenir. We zijn echter al wat verder, hoewel géén onzer lexicographen het woord kent, bij plafonnier o.a. te vinden in Nietzschéenne van D. Lesueur, p. 488: Mais enfin le plafonnier de cristal jeta sa cascade claire. Ouderwetsch is ook het niet opnemen van 't suffix euse bijv. in écrémeuse enz., terwijl er nog 'n ander euse is nl. 't vr. van eux in woorden — niet algemeen erkend 't is waar — als théatreux, waarnaast théatreuse ') uit de Vie Parisienne wel bekend en ook te vinden in . .. Robert en wel op pag. 82, waar hij wijst op faucheux, violoneux, vielleux met een etc. Is

') Gallas heeft dit woord ook reeds in zijn dictionnaire, al ontbreekt het in Herckenrath en de P. L. 1.

Sluiten