Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dommen van den graaf Jos. Xav. de Pestre aangeslagen (1) ; zelfs liet Schuttershof werd niet gespaard (2).

De kerkelijke instellingen ondergingen hetzelfde lot (3) ; al do geestelijke orden, kloosters, abdijen, gestichten, zelfs deze die zich toewijdden aan onderwijs en liefdadigheid werden afgeschaft en hunne goederen verbeurd.

Gelukkiglijk was de municipalitoit in Turnhout nog zoo slecht niet, en volgens stukken gedagteekend op 29 brumairc jaar \ (19 november 1790) weigerde zij hot bevel der afschaffing van de kloosters op de geestelijke stichten van Turnhout toe to liassen.

Een ander bewijs dat zij de bevelen der Franschen niet gaarne ten uitvoer bracht, was dat zij don 24 frimaire (14 december 1796) weigerde de kosten uit te keeren, door don commissaris Franceschini betaald voor het in regel brengen van den stedelijken Tempel der Wet (4).

Hot stadsbestuur deed zijn best om in deze stoutmoedigheid voort te gaan en do hatelijke maatregelen to beletten, maar het gelukte niet altijd, want, don 24 pluvióse jaar "V (12 februari 1797) werd o. a. het dragen van het kloosterkleed te Turnhout verboden (5).

Eenige dagen was dit afgekondigd, wanneer het klooster dor Minderbroeders zijn genadeslag kreeg.

Den 9 ventóse jaar V (27 februari 1797) (6), om 11 uren des morgens begaf zich do commissaris van liet Uitvoerend Bewind bij het municipaal bestuur van hot kanton Turnhout, Perrin, naar het klooster der Minderbroeders, vergezeld van de burgers Leclerc, Girot, Lyck en eenige gendarmen. De commissaris had van den voorzitter van den municipalon raad

(1) Jacobs, Inventaire, t. II, p. 302.

(2) Heuvei.mans, Kroti. v. T., bl. 124.

(3) Door een decreet iler Conventie werden de goederen der kerken, kloosters en edelen "als nationaal goed verbeurd» en krachtens dit dekreet maakten de republikeinen zich meester van de bezitiugen van het kapittel der collegiale kerk van Turnhout. Th. Sevens, Ons Vaderland tijdens de Fransche Overheersching, bl. 66, (Kortrijk 1892).

(4) De kerk vau bet Begijnhof.

(5) Prov. Arcii. Antw., Liasse 93 nr 23.

(6) Prov. Arcii. Antw, Liasse 89 nr 3,