Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar al even duidelijk zal het wezen, dat de hierboven opgesomde eischen in de praktijk zullen blijken feitelijk onuitvoerbaar te zijn.

Dat ze op hooge kosten te staan zullen komen, moge voor enkele personen geen overwegend bezwaar uitmaken, bij algemeene toepassing van crematie, zou dit voor de groote massa

wel het geval zijn.

De eisch, dat in elk geval van onbekende doodsoorzaak of twijfel aan zelfmoord, volledige obductie en onderzoek moet plaats vinden, mag wel meestal onuitvoerbaar heeten, nog daargelaten de vraag, hoe de medici zich tegenover deze verplichting zouden stellen.

Immers het uitvoeren van eene obductie is lang niet ieders werk, en zoo zou men dientengevolge moeten komen tot aanstellen voor dit doel van speciale deskundigen, wellicht tot het inrichten van instituten, waar dit onderzoek zou moeten plaats vinden. Op het volgende dient nog even de aandacht te worden gevestigd.

Er is hiervoren op gewezen, dat bij enkele, doch toevallig veel gebruikte vergiften, het onderzoek der lijkenasch afdoende resultaten kan opleveren. Tevens echter, dat er bij de voorstanders der crematie neiging bestaat om aan de verwanten van de(n) overledene over die asch de beschikking te laten. Wil de voorzorg van het bewaren der asch waarde hebben, dan zou dit laatste moeten worden verboden en voorgescheven, dat de asch onder staatszegel moet worden bewaard.

Hoe men over de waarde en de uitvoerbaarheid dezer voorzorgsmaatregelen ook moge oordeelen, ontkend kan niet worden, dat in het onherroepelijk verloren gaan van aanwijzingen, wat er met het lichaam van den overledene vóór diens dood gebeurd kan zijn, een der ernstigste bezwaren tegen de toelaatbaarheid der lijkverbranding gelegen is.

Na aldus uitvoerig de gronden te hebben getoetst, waarop de lijkverbranding wordt aanbevolen en de tot nu toe algemeen gevolgde lijkbegraving veroordeeld, kunnen we overgaan tot het trekken der navolgende conclusies.

Sluiten