Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Gaarne zou ik op dit oogenblik nog eens binnen willen dringen in het donkere, onmetelijke Russische woud. Ik hoor, dat het mij terugroept, heel aan het einde van den weg, welken ik doorliep, sedert ik het verlaten heb. De jarenlang opgestapelde nevelen onttrekken het aan mijn oog. Wat zegt men, wat denkt men daar, te midden van die zwijgende duisternissen ? Heeft men daar nieuwe woorden op oude droevige wijsjes gezet, die iederen nacht op de rivieren en in de steppen, door zooveel millioenen stemmen, met den hartverscheurenden klank van vreugdeloozen hartstocht herhaald worden ? — ademhalingen van den ingeslapen reus, het eenige teeken dat getuigt van de hartkloppingen van dat zwijgend hart?

Het Westen beeldt zich in, iets te weten van Rusland, sinds wij spoediger en vaker gaan rondsluipen langs den zoom van het woud. De geruchten, die van de oppervlakte naar ons overwaaien, zijn een weinig talrijker dan voorheen — geruchten van het handjevol mannen, die spreken en zich bewegen boven die zwijgende en onbeweeglijke massa's — orakels der pers, officieele wenken, gemengde berichten der politiek, samenspraken van hooggeplaatste ambtenaren en laaggezonken samenzweerders, van die, waarvan Job sprak: «die den dag vervloeken, en zich gereed maken, Leviathan wakker te schudden. — Denkt gij — voegt de wijze Man er bij — dat gij Leviathan zult opwekken met een vischangel? Behemoth slaapt in de schaduw, verborgen in het riet en op drassige plaatsen. . .

Sluiten