Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoorde uitbazuinen, die de gisting In zulke arme, rumoerige omgevingen onderhielden.

Tourgenieff en Dostoiewsky hebben hun ons geschilderd, den schrikwekkenden toestand dezen door de gedachte verkankerde jeugd, verstoken van alle vroolijkheid, wegkwijnen van stoffelijke ellende en zedelijk lijden, kokend en bruisend als de samovar, om welke zij zich verzamelen, om hun honger te verschalken met een paar glazen thee, en een hersenschimmige wereld op te bouwen in de wolken van rook en stoom.

Ongerepte hersenen, waaruit alle traditioneele ballast verwijderd is, en in welke de wetenschap, plotseling ingegoten, werkt als een bron.

Gorky nam hun ziekte over: bij de landloopers had men hem bedwelmd met brandewijn; hier bedwelmde men hem met abstracties. Men zal zich zonder veel moeite de angsten en het verzet van zijn levendig verstand kunnen voorstellen, toen hij van dat philosophische heiligdom weder terugkeerde naar den kelder van den bakker.

Later heeft hij zich hierover uitgelaten, in een vorm, waarin de spotzucht ternauwernood de bitterheid dezer herinneringen verbergt, in zijn verhaal, getiteld, Un jour cTautomne.

Hij beschrijft hierin een der dagen van zijn ellendig leven, toen hij zijn achttiende jaar bereikt had. Dien avond dwaalde hij op de haven van de rivier, hij was uitgehongerd, en zocht naar een stuk brood. Op korten afstands, eenigzins ter zijde, stond het gesloten maar verlaten krot van een uitdrager.

Zou daar misschien niet iets te vinden zijn om te eten? Onverwachts komt er een rond zwervend meisje uit de duisternis te voorschijn, die evenzeer door honger gekweld wordt als hij. Zij stelt hem voor, het krot open te breken.

Hij rukt een luik af, zij sluipt door de opening binnen en brengt een oude korst brood mede; en beiden zetten zich aan het werk om hem te verslinden, onder een omgekeerden schuit, die hen tot aan den ochtend

Sluiten