Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschut tegen den ijskouden regen. De jonge man rilt ~van koorts en het meisje drukt zich tegen hem aan, om hem te verwarmen.

Men denke hier echter niet aan een of andere onbetamelijke ontknooping; niets reiner, dan de beschrijving van dezen nacht: twee schepselen bij elkander gebracht door eenzelfde ellende, lijden daar zij aan zij, met de gewaarwording van een wolf en eene wolvin, die in den val gelokt zijn.

„Als er een ironie van het noodlot bestaat, dan was deze er wel een! Omstreeks dien tijd hield mijn geest zich zeer ernstig bezig met de bestemming van het menschdom. Ik droomde van politieke omwentelingen en van eene hernieuwing der maatschappelijke machinerie. Ik las verscheidene drommels moeilijke schrijvers, die zoo diepzinnig van gedachte waren, dat zij blijkbaar zichzelf niet begrepen. In dat tijdperk trachtte ik in mij zeiven «een werkdadige en veel vermogende kracht voor de gemeenschap» aan te kweeken.

Het kwam mij zelfs voor, dat ik deze taak reeds gedeeltelijk volbracht had; althans, de idee, welke ik mij omtrent mijzelf gevormd had strekte zich toen zoover uit, dat ik mijn uitsluitend recht op het bestaan had leeren kennen, in de hoedanigheid van gewichtig persoon, die noodzakelijk is voor het algemeene leven en die voldoende begaafd is om er een geschiedkundige rol in te spelen van den eersten rang. — En nu wilde het toeval, dat eene prostituée mij verwarmde met haar lichaam; ik was dankbaarheid verschuldigd aan een ellendige verworpelinge, die uitgejauwd en uit de maatschappij verbannen werd, waar voor haar geen plaats was; zij, die mij te hulp was gekomen, nog vóór ik er zelfs aan gedacht had, haar te helpen; wat ik overigens practisch onmogelijk kon doen, zelfs wanneer ik er aan gedacht had !»

De koortsachtige werkzaamheid der gedachte, in een lichaamsgestel dat uitgeput was door ontberingen, had een van die pogingen tot zelfmoord ten gevolge, die

Sluiten