Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik medelijden met hen — en met mijzelve nog meer dan met hen. Op andere oogenblikken zou ik al die lieden wel willen afranselen, en mijzelve daarna, om er van te sterven, om een vreeselijken dood te ondergaan. Ik ben bedroefd, ik ben verheugd ... En al die lieden zijn lummels 1

— Het is een verrot volk! — hernam Seriojka — Drommels ik zie u goed, en ik zie u zooals ge zijt : een katje? o neen.... een visch ook niet — een vogel ook niet. . . maar een beetje van alles en toch . . . toch gelijkt ge niet op eene vrouw!»

De bleeke scheppingen die op den achtergrond der Récits te voorschijn komen, zijn bijna altijd meisjes van het laagste allooi. Haar rol beperkt zich uitsluitend tot het zingen van treurliederen, waarin kinderlijke woorden gepaard gaan met een langen snik, zooals de kreet van een gewond dier, en die het droefgeestig humeur der drinkers tot tranen toe bewegen.

Niets verbaast den West-Europeeschen lezer meer dan de beschrijving van deze zingende sombere orgiën — die echter uiterst betamelijk zijn, althans onder de pen van den schrijver.

Wij ontmoeten hier het wezenlijk verschil tusschen de Russische realisten en het meerendeel der onzen. Hun tafereelen kunnen laag, terugstuitend en in alle opzichten weerzinwekkend zijn ; maar zij wekken nooit de zinnelijkheid op. In den, volgens onze idëen, schunnigsten toestand, zien deze onverstoorbare philosofen niets dan de slachtoffers van eene bijzondere kwaal; alleen het psychologisch verschijnsel houdt hun aandacht bezig; overigens zijn hun beschrijvingen van beruchte plaatsen even omsluierd als een drama van Racine.

Men kan nauwelijks op gepaste wijze het onderwerp aangeven van Vaska Krasny: deze Vaska een vreemdsoortige en wreede kellner is belast met het toezicht over de onverbeterlijke meisjes van alle publieke huizen eener groote stad. •

3

Sluiten