Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot nog toe, is, in het onderwijs der Nederlandsche hoogere of middelbare scholen, geen plaats voor Germaansche mythologie ingeruimd. Drie eeuwen lang, heeft men aan onze jeugd de vruchten van vreemden bodem te plukken gegeven en het erfgoed van het voorvaderlijk geslacht in de vergetelheid gelaten. Dit alleen wil ik beweren dat, nevens de vreemde godsdienst- en beschavingsleer, ook de inlandsche, voorvaderlijke eene eereplaats mag bekleeden.

Dan zal men niet langer, of althans veel minder — ik spreek voor Zuid-Nederland — te klagen hebben dat het onderwijs, dus ook het volksleven, zoo weinig nationaal is. Wanneer de jongeling in zijne middelbare, en vooral in zijne hoogere studiën de geschiedenis van het oudste Germaansche voorgeslacht van nabij zal leeren kennen, met zijn diepen godsdienstzin en zijne betrekkelijk reine zeden, die aan de Romeinen zei ven (Tacitus, Germania, 19) zulke schitterende lofspraken afdwingen, wanneer hij door die mythologische studiën in staat zal gesteld zijn de letterkundige voortbrengsels van de ruwe, maar steeds versterkende Germaansche beschaving te smaken, ook dezulke die reeds door den invloed van het christendom gelouterd en verzacht zijn, en wanneer hij dan de zeden en gebruiken van zijne stamouders met die der Romeinen zal in vergelijking brengen, dan zal hij niet alleen over de minderheid van zijn aanverwant volk niet hebben te blozen, maar dan zal zijn geestesleven op eigen grondslag berusten, op eigen voedstoffen tieren, en aan de zon van eigen grootheid een straal van volmaking ontleenen. Dan zal het onderwijs nationaal zijn en de bron wezen van nationale gevoelens bij het Nederlandsche volk.

Doch, niet alleen als prikkel en levensader van

Sluiten