Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter proza en geeft slechts nu en dan een brokstuk uit de gewijde zangen, om zijne didactische gezegden te staven (i).

De Geschiedenis der Mythologie, als wetenschap, of de stelselmatige verklaring der mythen is betrekkelijk jong : Wel had men van de oudste tijden af de symbolistische school (die van de goden symbolen der natuurkrachten maakte) en de historische school (2) die van de goden legendarische personen maakte, maar, vermits hunne bewijzen, enkel sujectief, altijd wankelbaar bleven, kon men tot geene wetenschappelijke uitslagen geraken.

In Duitschland stelde zich, met het opkomen der vergelijkende mythologie, die het spoor volgde van de vergelijkende spraakkunst, door BOPP uitgevonden, de vraag als volgt : In Scandinavië bestaat een rijke kring van godenmythen, daar zijn de figuren der goden duidelijk geteekend, daar leven in den mond van het volk veel sagen, in den handel en wandel veel gebruiken die opklimmen tot het heidendom; in Duitschland bestaan nog enkel eenige flauwe sporen van de godensage, en levende verhalen zijn in den loop der tijden verbleekt, verloren gegaan, onsamenhangend geworden, de figuur zelfs der goden is uitgesleten en onkenbaar; alleen de volkssagen woekeren nog immer voort in frisschen overvloed, maar zijn

(1) Uitgaven en commentariën van de duistere Eddas bestaan er in Duitschland en Scandinavië bij de vleet. De beste is die van den Duitscher H. Gering. (Die Edda. Die Lieder der sogenannten alteren Edda nebsl der Snorra Edda.) Leipzig und Wien, Bibliogiaphisches Institut, 1892.

(2) Of het Euhemerisme, van den Griekschen Wijsgeer Euhemerus die het stelsel eerst invoerde. Herbert Spencer was nog Euhemerist, Banier, in de XVIII" eeuw, eveneens, (cfr. La Mythol. et les Fables, expliquées par Vhistoire. Paris 1837), Creuzer, symbolist in (810, (Symbolik und Mythol. Leipzig).

Sluiten