Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Manhardt en Simrock(i). Deze gingen van het standpunt uit dat de Duitsche mythologie niet verschillend was van de Scandinaafsche, in de Eddas begrepen, dat dus de Scandinaafsche moest als maatstaf dienen om al de Duitsche mythen of overleveringen te verklaren, en dat er niet langer hoefde gezocht om met veel moeite en willekeur, gelijk de historiekers deden, eene nationale mythologie te scheppen, daar deze geheel ongeschonden in de liederen der Eddas te rapen lag.

In den zin van Wolf werd voortgebouwd door Adalbert Kuhn en Wilhelm Schwartz, op zulke wijze (2) dat de Duitsche volkssagen niet alleen met de Scandinaafsche mythen vergeleken werden, maar ook met de Perzische, Indische en algemeen Arische. Volgens deze geleerden waren het volksgeloof en de volksgebruiken, hetgeen zij noemen de niedere of lagere mythologie, niet het overblijfsel van de hooge, ontwikkelde sagen, zooals grimm verondersteld had, maar de kiem daarvan, historisch gesproken.

De eenvoudige volksvoorstellingen zijn de ingewikkelde kunstsagen lang voorafgegaan; zij hebben enkel een klein deel der bouwstof geleverd; de godenmythen hebben op eigen terrein,in de beschaafde letterkundige kringen der skaldenwcreld, wortel geschoten en voortgewoekerd, gelijk het epos zich aanzienlijk van de voorafgaande liederen verwijderd heeft, en het

' (I) Werken van Simrock: Handbuch der Deutschen Mythologie mit Einschluss der Nordischen. Bonn, 1853, 8'" uitg. 1888.—Die Edda, die altere und jüngere, nebst den mythischen Erzahlungen der Skalda. Stuttgart und Tübingen 1851.

(2) Van Kuhn, die met zijn zwager Schwartz veel steunde op meteoren of luchtverschijnsels, als kern der verdere mythus-ontwikkeling, (Kuhn op wolken en windeD, Schwartz op storm en onweder) en dus met hem de meteorische school vestigde, is het volgende werk : Die Herabkunst des Feuers und des Göttergetranks, Gütersloh 1886. Van Schwartz .* Der heutige Volksglaube und das alte Heiden thum : Berlin 1849. — Ursprung der Afythclogie, Bcrlin 1860.

Gerrnaansche Godenleer.

2

Sluiten