Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot de waarheid, over den oorsprong en de ontwikkeling der eerste mythen, te geraken.

Daarmede is niet gezegd dat Mullenhoff het volle licht heeft zien opgaan. In de laatste jaren verscheen een werk van den geleerden sophus bugge, professor aan de Universiteit van Christiania, dat een waren stormloop inrichtte tegen de door mullenhoff verkregen resultaten (i), Door Bugge wordt het geioof aan de echtheid der Noorsche Eddas, als bron van de Heidensch-Germaansche mythologie eenvoudig vernietigd. Hij beweert immers, en staaft met pit van redenen dat de geheele reeks der Eddaliederen, zoowel de goden- als heldenmythen ontstaan zijn onder den invloed van het vroegste klassicisme en van het Christendom der middeleeuwen.

Zijn besluit is dat de kern der Eddaliederen te zoeken is, niet, gelijk tot nu toe aangenomen was, in IJsland, of op de kusten van Noorwegen; maar in de Britsche Eilanden, bij de Scandinaven, die, in den Wikingtijd, in groote menigte, Ierland en de kusten van groot Brittanje bewoonden. In die streken, immers, waren destijds Scandinaafsche koningen gevestigd, zooals Olaf te Dublijn, die met een groot gevolg van Skalden of hofdichters leefde.

Daar, onder de Scandinaafsche kooplieden, gedurig in omgang met Iersche monniken en bekeerde Engelschen, zouden het grootste deel der Eddagedichten ontstaan zijn, vandaar met de wikingsschepen hunnen tocht genomen hebben over de Oreaden en Shetland tot op IJsland, waar die eerste kern aangroeide met eenige stukken, opgesteld in het westen van Noorwe-

(I) Studiën iiber die Entstehwig der nordischen Götter-und Heldensagen von Sophus Bugge, Uebersetzung von Oscar Brenner, professor Univers. Müachen 1889. — iNoorsch, 1880). Zie de kritiek van Bugge's theorieën in een artikel van het t Journal des Savants » Novembre 1899» geteekend A, DUVON.

Sluiten