Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

somtijds staat het noodlot nevens of ook tegen de goden, zoowel als in Griekenland. Dat nu de Scandinaafsche godenleer uitzondering maakt onder de Indo-Germaansche volkeren, met hare vergankelijkheid der goden, is een bewijsgrond te meer ten voordeele der bewering van SOPHUS BuGGE, als zou de Eddaleer over het einde der wereld, met andere plaatsen, den invloed der christelijke begrippen ondergaan hebben (i). Zoo blijkt het dat ook de Germaansche, zelfs de Scandinaafsche goden oorspronkelijk onsterfelijk geweest zijn.

De heerschappij over de goden wordt niet altijd en overal door denzelfden machthebber gevoerd. In de eerste tijden wordt Tiuz of Dys op den voorgrond gesteld. Hij wordt echter in Germanië en Scandinavië vervangen door Oiin; in Noorwegen staat Freyr, in Denemark is Thor aan de spits.

Het aantal goden is niet vast bepaald. De IJslandsche geleerden hebben het twaalftal willen opdringen, gelijk ook voor Griekenland en Rome gebeurd was, doch geheel willekeurig. Sedertdien zijn opschriften of gedenkstukken aan het licht gekomen met godennamen die tot dan toe onbekend waren. Iets dergelijks kan nog in de toekomst plaats hebben, des te meer dat de onderscheidene godheden niet bij alle volksstammen geheel dezelfde waren. Sommigen stellen het getal der goddelijke personen vast op drie, alzoo eene Germaansche Drievuldigheid; andere klimmen tot g, tot 13 en 14, volgens dat het begrip der godheid minder of meer streng opgenomen wordt. Godinnen worden er soms tot 30 geteld.

(1) Zie onze Inleiding.

Zie ook Dietsche Warande en Belfort, Augustus-September, 1900, « De ondergang en de vernieuwing der wereld door Joz. Jacobs.

Sluiten