Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. — De goden in het bijzonder.

I. — Germaansche Drievuldigheid of de drie voornaamste goden Tiwaz, Wodan, Thonar, ofwel Dys, Woden, Thor (jongere benaming).

Onder de goddelijke wezens, die bij de Germanen verschijnen, kan men er drie mannelijke en één vrouwelijk duidelijk onderscheiden t. w. Tiwaz of Dys, Woden en Thonar, de godin Freya. Doch al deze godheden zijn zeker in vroegeren tijd uit eene godheid Tiwaz of Tivaz voortgesproten. Ndl. Dys, Ohd. Tiuz, Ziu.

Is de eerste der goden in geschiedkundige bronnen niet de belangrijkste, het is toch de eerste gedaante waaronder de godheid aan de Germanen voorgekomen is, namelijk de lichtgod of de goudstralende zon, die de duisternissen verdrijft, maar die later oorlogsgod is geworden. Hij is als schutsgod van den oorlog de eerste der weekgoden. Alle Germaansche stammen hebben den derden dag der week aan Dys gewijd : Dijnsdag (samengetrokken uit het volkswoord Dijsendag, Duitsch Dinstag, Eng. Tuesday) is de dag van Dys of van den Krijg (i). Hij heet dan ook in de Romeinsche vertolking Dies martis (mardi), dag van den krijgsgod Mars. Oorspronkelijk en etymologisch staat Dys gelijk met den Grieksch-Romeinschen oppergod Zeus (Aio«), Zeuspater == Jupiter, die ook licht- en dondergod was. Maar terwijl Jupiter zijne heerschappij behouden heeft als vader der goden, heeft Dys in de vereering der volkeren plaats gemaakt voor Odin en Donar; Odin heeft zijne rol als hoofd der strijders, Donar zijn

(i) Enkel in Beieren heeft men Ertag. Er is wellicht Api); of Mars.

Sluiten