Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meesterschap over weder (licht) en onweder (bliksem) geërfd.

Nog bij Tacitus (i) wordt Dys (Mars) door de Tencteren, een volksstam aan den Rijn, als een hoofdgod aanzien : « Communibus deis et prcecipuo deorum Marti grates agimus. »

Hem worden zoowel als aan Hercules (2) offers van dieren gebracht (3) : Herculem ac Martem animalibus placant. Zelfs worden hem, ten teeken van zijn vaderschap en heerschappij over de volkeren, levende menschen geslachtofferd bij de Semnonen :

Wanneer de Beiersche volksstam der Chatten door de Hermunduren verslagen was, werden al de krijgsgevangenen, menschen en paarden door de overwinnaren aan Dys en Woden geofferd (4) : Marti ac Mercurio. Een voorbeeld van eigenaardige godsvereering levert ons de veel besproken en zeer beroemde plaats van Tacitus (5) : Celebrant carminibus antiqitis Tuistonem deum terra editum et filium ejus Mannum, originevi gentis conditoresque. Manno tres filios assignant e quorum nominibus proximi Ingeevones, mediiHerminones, coeteri Istcevones vocantur.

Hier geeft Tacitus de godsdienstige overleveringen der Germanen nopens den oorsprong van hunnen stam buiten interpretatio Romana. De namen, zooals zij hier voorkomen, zijn rein mythologische. De god die als vader van den Germaanschen stam wordt vereerd, heet Tuisto, dit is Ziu of de hoofd¬

ei) Hist. XV, 66.

(2) Door Hercules wordt hier wellicht Donar geïnterpreteerd. Mercurius is de gewone vertolking voor Woden.

(3) Germania c. 9.

(4) Tacitus. Annales XIII, 57.

(5) Germania, C. II.

Sluiten