Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Irmin is echter ook Dys.

Immers, in de VIe eeuw, stond bij Scheidungen, aan de Unslrut, de vermaarde Irininsul (Irmensaüle, Hirmensule). Volgens de oudste Latijnsche getuigschriften, was deze eerezuil aan den god Dys, bij de Romeinen Mars, opgericht : Martem effigie columnarum iinitantes... Hirmen Mars dicitur, zegt wldukind in zijne kronijk van Corvei I, 12. In Westfalen, bij Eresburg (Heresburg, Aeresburgium), stond ook in de VIIIe eeuw een Irmenzuil of afgodenbeeld, door Karei den Groote, in 772, omvergerukt : Ferro et igni cuncta depopulatus, CEresburgum Castrum csepit, idolum quod Irminsul a Saxonibus vocabatur, evertit (Pertz, Monumenta Germanice Historica. Einhardi Annales I, 151. Zie verder teksten en besprekingen over de Irminsul bij Grimm. Deutsche Mythol. bl. 78-83 en 209-215.)

Eresburg is (gelijk Ciesburg) hoogst waarschijnlijk de stad van Er of Dys, zoowel als Ertag den Dijnsdag beduidt.

Over Istvi (Oorgerm. Visto), stamvader der Ist-

landeren). De schoonste legende is echter die van den Angelsaksischen koning of stamgod Sceaf, hoofd der Deensche koningen in Beowulf. Tn een schip, zonder roer, was een hulpeloos kind, slapend op eenen strooibussel, in het land gekomen. Die wonderbare verschijning deed het kind als een wonder aanzien, en het werd tot koning uitgeroepen. Als nu de koning stierf, droegen zij zijn lijk weder naar het strand. Daar lag zijn schip nogmaals gereed en, zonder slag of stoot, zwalpte dit geheimzinnig schip met het lijk op de baren, Wen weet niet van waar het kwam, noch waarheen het voer, maar het koninklijk huis had eenen stamvader. Dit was de zaak. De eerste koning was de god, in menschenvorm geweest. Cfr. Müllenhoff, Zeitschr. f. deut. Alterth. VII, 418, waar hij klaar bewijst dat die oorkoning Sceaf, niemand anders is dan de god Frea, On. Freyr.

Hiermede staat eenigszins in verband de legende van den zwaanridder (cfr. Bilderdijk : Elius, of de ridder met den zwaan en J. Hoffory, Eddastudien 154).

Sluiten