Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

god, ook als volkenvader vereerd, onder den naam van Tyr. Tot in de zesde eeuw werd hij als de hoogste god beschouwd : later traden Thor en Odin als opperheerschers in zijne plaats. In de Eddas komt Tyr of Ty reeds voor als zoon van Odin en is de sterkste verdediger der goden tegen de aanvallen van het booze beginsel (i). Als de Asen den wolf Fenrir binden willen, heeft Tyr alleen den moed om zijne rechterhand als onderpand in den muil van het ondier te leggen, waarvan hij dan ook éenhandig bleef (2). Ook weet hij goeden raad om de goden behulpzaam te zijn. In Hymis-kvida, of het lied van Hyinir (4® en 5e stroof), toen de goden bij Aegir ten gastmaal kwamen en het den waard aan een ketel ontbrak om bier te brouwen, hielp Tyr hem uit den nood :

Nê that mattu moerir tïfar Nê ginnregin of geta hvergi;

Unz af trygdum Tyr Hlorrida Astad mikit einum sagdi :

Byr fyr austan Elivaga Hundvïss Hymir at himins enda;

A minn fadir modugr ketil,

Rumbrugdinn kver, rastar di-upan.

Niet konden dit de vermaarde goden noch de heilige machten ergens bekomen, totdat in volle trouw Tyr aan Hlorrida's grooten vriendenraad, aan hem alleen, zegde :

Daar woont, ten oosten der Elivagar (Chaosstroomen), de honderdwijze Hymir, aan het uiteind

(1) Tyr, Ags. Tir, ohd. Zio, Zin (Litijn deus, Gr. Zeus, Aio;, Skr. Djaus) beteekent den glanzende of den lichtgod. T ivar zijn de goden.

(2) .lEgisdrekka, of Lokassenna, voorbericht.

Sluiten