Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des hemels. Mijn vader, de moedige, heeft eenen ketel, een overgroot vat, eene mijl diep.

Tyr gaat met Thor op weg en zij veroveren den ketel op de reuzen (i).

In Oost-Gerinanië (Goten) is Dys (Tivaz) ook de heer der goden, vermits hem menschenoffers opgedragen worden, hij is er echter ook de voornaamste krijgsgod; hij is de prcesul bellorum, wien de prcBmordia van den krijgsbuit en de exuvice van de gesneuvelden toehooren (Jordanes, de Getarum sive Gothorum origine. Cap. V).

In Zweden heette hij Freyr. Deze was zoon van Njord, die overeenkomt met Nerthus of Herthus (Erde, terra Mater), van dewelke Tacitus (2) zegt dat zij door verscheidene Ingvaeoonsche stammen vereerd werd op een eiland in de Noordzee, en dat haar beeld op een wagen werd rondgevoerd. Zoo is Freyr, zoowel als Dys, deus terra editus. (Germ. c. 3). Freyr en Njord waren eerst Vanen of lichtgoden, later als Asen of strijdgoden erkend.

De eeredienst van Freyr is van Zweden naar Noorwegen overgegaan, en was daar reeds vóór de negende eeuw gevestigd. In 876, toen talrijke Noren naar IJsland eene vreedzamere schuilplaats zochten, werden Thor en Freyr op de overvaart aangeroepen. Wanneer, in de achtste eeuw, de dienst van Wodan zich van Duitschland naar Scandinavië verplaatste, ontmoette hij in Zweden aanzienlijken tegenstand, omdat de koningen van Zweden als zonen van Freyr doorgingen, en zij daarom aan dezes

(1) De ketel die mijlen diep is beduidt de zee. Dat de ketel in de macht is van den ijsreus Hymir beteekent dat de wateren in den winter bevrozen zijn.

(2) Germaniciy C. 40.

Sluiten