Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vereeniging van den lichtgod (de opkomende zon) met de aarde. Inderdaad de hemelfakkel moet eerst nevel en duisternissen verdrijven, vooraleer zij den aardbodem met haren warmen glans mag verkwikken.

Alhoewel deze Dysmythe in geschiedkundige tijden sterk verbleekt is, ligt zij bij alle Indo-Germaansche volkeren ten grondslag aan de godenleer. De hymnen van den Rig-Veda toonen hoe zulke sagen recht uit de natuur komen : de opvolging der vergoddelijkte lichtverschijnsels is de volgende : i° de tweelingen A^vins (of de ruiters Castor en Pollux), welke het morgenlicht verbeelden, 2° de Ushas of de rooskleurige jonkvrouw van den morgen; 30 de eigenlijke zonnegodin Surya (soms met Ushas vereenzelvigd), 40 de Dag Dyaus of Dys. De AQvins nemen de zonnegodin Surya op hunnen wagen en voeren ze heen tot haren bruidegom Soma. Hier wordt de bruid feestelijk onthaald.

Dezelfde mythus dient ook tot grondslag aan de sage van Swipsdag en Menglod (Svipdagsmdl); want de dageraad Swipdag vrijt Menglod (Freya of Frigg met den halsband, de huisvrouw van den helmgod), die in eenen burcht opgesloten zit.

Ook in het Grieksch volksgeloof staan de tweelingbroeders Castor en Pollux, genaamd de Dioskuren of zonen van Zeus (A'.oc Kupoi), eerst als helden op aarde beroemd, dan als goden naast den oppergod, en als morgensterren aan liet hemelgewelf.

TacixuS (Germ. c. 43) verhaalt dat bij de Naharvalen de goddelijke eer bewezen wordt aan de twee broeders, Alcis (kinderen) genaamd, evenals aan de jeugdige Castor en Pollux.

Ook de Germaansche Frigg of Freya is eene zonnegodin, gelijk Surya en Gerd. Zij is eerst de vrouw van Dys, later van Woden, de twee opvol-

Sluiten