Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van negen maagden, die gezusters waren, geboren. Hij heet ook Hallinskidi in Gullintanni, omdat zijne tanden van goud zijn. Zijn hengst heet Gulltop (gouden kop); hij woont op Himinbiörg (hemelburg) bij de brug Bifröst (den regenboog); hij is de wachter der goden en woont daar aan het einde des hemels om de brug tegen de bergreuzen te beschutten. Hij heeft minder slaap noodig dan een vogel, en ziet zoowel bij klaren dag als in den duisteren nacht zelfs honderd mijlen ver; hij hoort ook de wol op de schapen en het gras in de aarde groeien, en dus ook alles wat een nog sterker geluid geeft. Hij heeft een trompet die Giallarhoorn heet; als hij daarin blaast wordt de klank in alle wcielddeelen gehoord. Zijn zwaard heet Hofud.

In het Rigsmal of Rigsdula wordt verhaald hoe Heimdall onder den naam Rig (koning) uit den hemel gekomen is om de kinderen der menschen te bezoeken, beurtelings drie huizen binnentrad en bij de huisvrouwen drie zonen verwekte, waarvan de eerste Droel, de stamvader van de onvrijen werd; de tweede Karl de vader der vrije landsmannen, de derde Jarl de grondlegger van het koninklijk geslacht van Denemark.

Hoewel het beeld van dezen god niet geheel helder afgeteekend staat op den grond der mythologie, toch komt hij hoofdzakelijk als een licht- of zonnegod voor, en wordt daarom met Freyr en bijgevolg met Ziu gelijkgesteld. Zijn naam Heimdall beteekunt « schitterend over het menschenverblijf ». Dys in het Zuiden, Freyr en Heimdall in het Noorden zijn de belichaming, of liever de mythische voorstelling van het alles verkwikkende zonnelicht. Sommigen zien in hem slechts een deel van de lichtkracht, namelijk den dageraad verpersoonlijkt : anderen beschou-

Sluiten