Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Odin en de ketel Odrerir.

Den strijd tusschen Asen (strijdgoden) en Wanen (lichtgoden), dien wij vroeger vermeldden, en waarbij de heerschappij over Scandinavië onder beiden verdeeld werd, vereffenden de beide partijen met eene eigenaardige daad. Zij naderden van weerskanten tot een groot vat en spuwden erin. Van dit speeksel schiepen zij een man, Kwasir genaamd, die zoo wijs was dat hij op alle vragen kon antwoorden. Kwasir werd echter op eene reis door twee dwergen Fialar en Galar doodgeslagen. Deze lieten zijn bloed in eenen ketel vloeien, welke Odrerir genoemd werd. Zij mengden honig met het bloed en daaruit ontstond de mede, welke dichterlijke begeestering en kennis schenkt aan allen die er van drinken. De reus Suttung veroverde den ketel op de dwergen, droeg hem in het gebergte Hnitbjorg en stelde zijne dochter aan tot bewaakster van den kostbaren drank. Odin, begeerig naar wetenschap, ging onder den naam Bolwerk den reus Suttung bezoeken, en deed zich om wel ontvangen te worden door Suttungs broeder Baugi vergezellen. Suttung was niet te bewegen om Odin eenen teug van den drank te gunnen. Doch Odin herschiep zich in eene slang, boorde door den berg, waar de ketel stond en kwam bij Gunnlod aan. Hij wist haar door liefdeverklaringen over te halen, rustte drie dagen in hare armen, dronk den ganschen ketel ledig, zoodat hij smoordronken was. Dan nam hij de gedaante van eenen adelaar aan, vloog naar Asgard terug en spuwde daar den drank in een vat dat nu door de goden bewaard werd. Odin vergold Gunnlod zeer slecht hare liefde : wanneer de reuzen naspeurden, wie den ketel geroofd had, verloochende hij haar, en deed zelfs eenen valschen eed met te bevestigen

Sluiten