Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iemand uit de manschap tot offer vroeg en dat deze door het lot moest aangeduid en opgehangen worden. Het lot viel op koning Wikar zeiven. Starkad stijgt op eene hooge rots, buigt een en dennentak neder, knoopt er de ingewanden aan van een pas geslacht kalf en maakt die ook vast aan den hals van Wikar. Terwijl Starkad met eene speer naar den koning steekt, zegt hij deze woorden : Nu wijd ik u toe aan Odin. Hiermede liet hij den tak los en de stervende koning werd in de boomkruin geslingerd, als offer des gestrengen gods.

Wanneer de helden in den slag sneuvelen (de eenige heerlijke dood bij de Germanen), houden zij nog niet op aan Odin toe te behooren; integendeel, dan worden zij in zijn hemelsch koninkrijk opgenomen, in de halle der uitverkorenen of het Walhalla. Al degenen, zoo luidt G-ylf. c. 38, die in den kamp gevallen zijn van in het begin der wereld, zijn tot Odin in Walhalla gekomen. Walhalla staat in Gladsheim, in het rijk der vreugd, en is door eigenaardige kenmerken als paleis van Odin te herkennen, blijkens de volgende verzen uit het Grimnismdl: Gladsheim heet de vijfde (woning) waar het goudglanzende breede Walhalla vast staat; daar kiest Hroptr (Odin) eiken dag de mannen door wapens gestorven. Het is licht te herkennen voor degenen die komen om Odins huis te zien : het huis is met speren voorzien, de zaal met schilden gedekt, op de banken zijn pantsers gelegd. Een wolf hangt ten westen voor de deur, en een adelaar zweeft daarboven. Volgens Gylf c. 40 heeft Walhalla 540 deuren welke zoo groot zijn dat uit ieder 800 ruiters tegelijk kunnen uitrijden. De zaal is verlicht door den glans van de zwaarden. Het grootste deel (c. 20) der gesneuvelde helden hebben daar hun zalig verblijf, het andere deel is in

Sluiten