Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wingolf, de woonplaats der godinnen. Hunne voornaamste bezigheid is nog immer strijd. lederen morgen, wanneer zij aangekleed zijn, wapenen zich de zalige helden (Einherjer), gaan zij in den hof, strijden zij en verslaan zij elkander. Dat is hun tijdverdrijf. Wanneer de tijd voor het middagmaal daar is, rijden zij naar Walhalla terug, en zetten zich aan de gelagtafel. Hier eten zij het vleesch van den ever Scehrimnir, gezoden door Andhrimnir in den ketel Eldhrimnir. De helden vader echter, Odin, leeft alleen van wijn. Het veld, dat voor Walhalla ligt, betreedt men slechts na het doorgaan van eene oude, heilige poort Walgrind, die met een geheimzinnig slot voorzien is. Geheel het doodenrijk is omgeven van eenen stroom, Thund geheeten, door wiens opgeruide baren de helden schrikkend en bevend moeten varen, zoowel als de Grieken door den Styx, om de zalige oevers te genaken. Het zijn de Walkuren of de meiden van Odin, die den dienst der zaligen in Walhalla waarnemen. Zij schenken den drank, dragen hem rond bij de dischgenooten en houden het tafelgerief en de bierkruiken in .bewaring. In Grimnismal worden er dertien bij name genoemd. Odin zendt ze naar de slagvelden, alwaar zij de toekomende Walhallabewoners uitkiezen, de gesneuvelden opnemen en over de zege beslissen. Zoowel als Skyld, de jongste der drie Nornen, worden buitengewone heldinnen als Brynhilde tot de Walkuren gerekend. Op de Walkuren zinspelen de woorden van den koning Ragnar Lodbrok in den slangentoren : « De Disen (goddelijke wezens) welke Odin mij zond uit Herians halle (Walhalla) wenken mij naar het vaderhuis. Blijde zal ik met de Asen op den hoogstoel bier drinken. De stonden des levens zijn vervlogen, lachend wil ik sterven. » Zóo wordt dan het Walhalla met Odin, de Ein-

Sluiten