Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan tegenover het booze Beginsel. List en bedrog beschamen dikwijls rede en recht. Vooral met de wereldslang moet Thor zijne minderheid blootleggen. Slechts op het einde der wereld, moet hij met haar worstelen op leven en dood, en ook met haar den ondergang vinden. Dat Thor de knoopen van Skrymir's pak niet los kan maken, en dat hij met zijne geduchte hamerslagen den harden reus niet kan deren, wordt door Uhland verklaard, als zou de akkergod vruchteloos beproeven om de ruwe bergklippen en rotsen vruchtbaar te maken. De macht van Thor is dus ook beperkt : zij strekt zich buiten de palen van het reuzenrijk, tot Utgard, niet uit.

Een der Eddaliederen, het Alwissmal schildert ons een geheel ander beeld van Thor dan hetgene wij tot hiertoe van Thor hebben opgedaan. Thor, als dondergod, beschikt over bovennatuurlijke kracht, maar het is altijd de stoffelijke, lichamelijke kracht, die zijne meesterschap uitmaakt. Hier echter is hij tuk op wetenschap, wat alreeds met zijn van elders bekend wezen niet strookt, en hij overwint zijnen tegenstrever door list, niet door de onweerstaanbare kracht van zijnen hamerslag. Het lied begint ex abrupto en dramatisch, met driftige uitroepingen van Alwiss die zijne bruid eischt, de dochter van Thor.

De dondergod drijft den spot met dien afzichtelijken dwerg, met den bleeken neus, die vermetel genoeg is om de hand zijner dochter te vragen. Daarop geeft de dwerg zijnen naam te kennen en beroept zich op een gegeven woord; maar Thor was afwezig toen dit woord gegeven werd en hij beweert dat het recht om zijne dochter uit te huwen hem alleen, den vader, toekomt. Alwiss had Thor niet herkend vermits deze als een landlooper gekleed ging, maar Thor laat zich kennen en weigert de

Sluiten