Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de wijdvermaarde Sigurdsage, namelijk in het ontstaan en de vervloeking van den alles beheerschenden, alles verdervenden schat, (der Nibelungen Hort), speelt ook Loki zijne rol.

De Poetiek van Snorri verhaalt dat de goden Loki, Odin en Hönir eens uitgingen om het land te bezichtigen. Zij kwamen aan een stroom met een waterval. Daar zwom een otter die eenen zalm gevangen had. Loki nam een steen en wierp den otter dood Verder kwamen de goden aan de woning eens landmans, Hreidmar, die de tooverkunst machtig was : daar vroegen zij om geherbergd te worden : hun voedsel hadden zij medegebracht.

Als Hreidmar echter hunne jachtbuit zag, riep hij zijne zonen Regin en Fafnir, zeggende dat hun broeder otter gedood was door de bezoekers. Toen viel Hreidmar met zijne zonen op de Asen los; zij sloegen ze aan banden; maar de Asen boden alles aan wat Hreidmar zou verlangen. Deze vroeg als zoengeld, zooveel goud als er noodig was om de huid van den otter van binnen op te vullen en van buiten te bedekken.

Odin beval nu Loki op zoek naar goud uit te

gaan.

Loki kwam bij eenen dwerg, Andwari, die ook als visch in het water zwom. Loki ving hem en eischte tot zijnen losprijs al het goud dat hij bezat. De dwerg gaf alles, uitgenomen een kleinen gouden ring, die de gave bezat den voorraad gouds immer te vermeerderen. Loki eischte hem ook, maar de dwerg liet er zijne vervloeking op kleven, dat al wie den ring zou bezitten daardoor zelf zou ter dood komen. Loki bekrachtigde de vervloeking en riep ze neder op den eersten bezitter van den schat dien hij nu ontvoerde. Hij bracht dan het goud bij Hreid-

Sluiten