Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is hij van aangezicht; hij bezit geheel het voorkomen van eenen krijgsman, daarom is het ook goed hem in tweegevechten te aanroepen. Om wille van zijne behendigheid in het boogschieten wordt zijne hemelwoon Ydalir, d. i. Ebbendal genoemd, het dal waarin het ebbenhout groeide, waarvan de bogen gemaakt werden. Hij treedt dus op als een noorsche jager, die onverschrokken over onmeetbare sneeuwvelden schrijdt, en als een god, die over het ijzig noorden heerscht.

Sax o verhaalt eene wondere sage over Uil, dien hij Ollerus noemt (3,130) : Odin had, zooals hooger gezegd is, Rinda door toovermiddelen overgehaald om hem met hare liefde te begunstigen. Zij werd moeder van Wali. De goden aanzagen deze echtbreuk als een smaad op de eer van alle hemelsche wezens geworpen, en zonden Odin in ballingschap. Zij beriepen Ollerus om in dezes plaats den hemeltroon te beklimmen, en gaven hem alle teekenen der hoogste waardigheid, zelfs bestempelden zij hem met Odin's naam. Na omstreeks tien jaren werd Odin teruggeroepen en Ollerus weder verjaagd. Deze had bij zijne aankomst zijn schild moeten gebruiken als schip om over de zee te varen (waarvan Ull's schild nog schip beteekent) en nu moest hij in aller ijl, op zijne sneeuwschoenen uit beenderen vervaardigd, en door tooverspreuken geheiligd, voortvluchten.

Deze sage is niets anders dan de inkleeding van het vroeger aangestipt feit dat Odin als noorsche god den scandinaafschen godenhemel reeds bevolkt had gevonden, en hard had moeten strijden om de plaats van Tiuvaz (Tyr-Frey) in te nemen. Als men de goden als natuursymbolen opvat, dan is OllerusMithotin de wintergod, die den lichtgod Odin voor eenen tijd verdrijft om dan weder voor hem de plaats te ruimen.

Sluiten