Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frigg, Freya. En dan zijn enkele zijden harer werkdadigheid of uitingen van haar wezen als Holda, Gefjon, Sunna, Fulla tot afzonderlijke godinnen gemaakt.

Nerthus.

Tacitus zegt dat de volksstammen van noordelijk Germanië in het gemeen Nerthus, d. i. de moederaarde, vereerden, dat zij haar als eene groote weldoenster aanzagen, en dat de godin zich dan ook met groote plechtigheid onder de bewoners liet rondvoeren. Op een ongenoemd eiland der Oostzee was haar heiligdom, de algemeene vergaderplaats der stammen van de kust (eene amphyctionie). Dit eiland, ook Nerthuseiland geheeten, is Seeland of Lerje (het oude Hleithra of Lethra) het middelpunt van den Vaneneeredienst; want op eenige minuten van Lerje ligt het heilig woud Herthadal, en in dit bosch het Herthameer (het heilig meer). Daar was een wagen met tapijten gedekt, die slechts door den priester mocht genaderd worden. De wagen werd op vaste tijden (in de lente vooral) met koeien bespannen en door den priester gevolgd, met veel eerbied rondgevoerd. Overal waar de wagen voorbijreed heerschte vrede en vreugde, om de zegening der godheid. Bij den terugkeer van den tocht werd Nerthus in het haar geheiligd woud teruggevoerd. Daarna werd de wagen met het tapijtwerk en het zinnebeeld zelf der godheid heimelijk in een water afgewasschen, alsof de omgang met de stervelingen haar bezoedeld had. De dienaars, die daarbij behulpzaam geweest waren, moesten in het water verdronken worden.

Dit is wel de rechte vertooning voor eene landgodin, die in den lentetijd, wanneer zij zich met hare schoonste sieraden, het jeugdig groen, optooit, haren

Sluiten