Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men, en Frigg beschermde diens broeder Agnar. Eens zaten zij samen aan het hemelvenster, en sloegen hunne blikken over de wereld. « Ziet gij », vroeg Odin aan Frigg, « hoe uw pleegzoon Agnar beneden kinderen verwekt met eene reuzin, en hoe mijn pleegkind, Geirröd nu als koning heerscht in zijn land? » Frigg beschuldigde Geirröd, zeggende : « Hij is zoo gierig dat hij zijne gasten laat vergaan van honger, als hij denkt dat er te veel zijn ».

Odin vond dit eene leugen, en zij wedden te zamen om te weten wie gelijk zou hebben. Frigg zond dan hare kamenier Fulla tot Geirröd om den koning te zeggen dat hij zich moest hoeden voor de heksenkunsten van eenen toovenaar die in zijn land gekomen was : hij is licht te erkennen, voegde zij erbij, vermits geen hond, hoe happig hij ook weze, hem durft aanranden. Als de koning nu van eenen vreemdeling hoorde, voor wien alle honden achteruitweken, liet hij dien aanhouden, bood hem spijs noch drank, maar deed hem pijnigen. De vreemdeling noemde zich Grimnir, maar was eigenlijk Odin zelf, die zich door Frigg had laten om den tuin leiden en nu persoonlijk ondervond, dat zij tegen

hem gelijk had.

Frigg is de beschermster van het huwelijk, de geefster van huiselijken zegen en vruchtbaarheid. Het is hare dubbelgangster Sjófn, die de menschen in liefde doet ontvlammen, de mannen zoowel als de vrouwen, bij zoover dat de liefde van haar haren naam ontving. Een andere dubbelgangster van Frigg, Lofn bij name, had van den Alvader en van I* rigg oorlof gekregen om huwelijken tusschen de menschen tot stand te brengen, voor dewelke tevóor een beletsel bestond. De Wolsungensage verhaalt dat Rerir, zoon van Sigi, die kinderloos gebleven was, Odin en

Sluiten