Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en verneemt dat weldra de onschuldige Balder aldaar zal nederdalen, wanneer hij door Od zal gedood zijn. Nadien echter, wanneer de meer ontwikkelde Scandinaafsche volkeren in strijd en oorlog hun bestaan en hun ideaal vonden, werden alle dappere krijgers, die op het slagveld sneuvelden bij Odin opgenomen, of, volgens andere getuigenissen, gedeeltelijk in de Walhalla van Odin en gedeeltelijk in Folkwang bij Freya, terwijl degenen alleen, die van ouderdom verteerden of door ziekte weggerukt werden, aan Hel ten deele vielen. Dit is nog de heidensche opvatting, dat het lot der menschen na den dood bepaald wordt, niet volgens de zedelijke waarde van hun aardschen levensloop, maar volgens de min of meer heldhaftige wijze van sterven. Dit is nu klaar betuigd in de Gylfaginning (c. 34) : « Degenen die bij Hel nederdalen, zijn de lieden die aan ziekten of ouderdomszwakheid sterven. » De strijd alleen stelde een eerlijk einde aan het leven, en gaf recht om onder de roemrijke helden bij de goden opgenomen te worden. Toch geeft dezelfde Gylfaginning (± 1250 geschreven), eene beschrijving van de godin Hel, welke voorzeker hare sombere, wraakaanduidende kleuren aan vreemden, en wel, zooals E.-H. Meyer en W. Golther aannemen, aan christelijken invloed ontleend heeft. De beschrijving luidt : « Angrboda (Brengster van kwaad) heet eene reuzin in Jotunheim (Reuzenrijk). Met haar verwekte Loki (het booze Beginsel) drie kinderen : het eene is de Fenriswolf (de vijand der goden, verdelger van Odin) het tweede Jormungand, de Wereldslang, en het derde Hel. D^eze drie gezusters werden in Jotunheim opgebracht. De goden vernamen door de orakels dat die kinderen hun groot nadeel

zouden berokkenen Daarom slingerden zij Hel in

het Nevelrijk (Niflheim : de duisternis) neder en gaven

Sluiten