Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrikkelijke wijze gestraft — die hare wortelen in den grond der christelijke leer moet geschoten hébben om tot zoo reine ontwikkeling te komen. Meineedigen werden ook wel door de heidensche Germanen gehaat; de echtbreuk werd bij hen onverbiddelijk gestraft; maar van bloedvergieten waren de ruwe Noormannen niet zoo wars, dat zij de daders daarvan afschuwelijk in de eeuwige hel zouden gefolterd hebben. Daarenboven zijn al deze pijnen vreemd aan hunne eerste opvatting der hel, die voorzeker heidensch was en met geene zedelijke verdiensten rekening hield. Dat echter christelijke invloed ook in de Voluspa mogelijk geweest is, mag men eenigszins besluiten uit het feit dat de Noormannen reeds in de VIe eeuw roof- en koophandeltochten op de kusten van het bekeerde Bretanje ondernamen. En zoo zijn zij dan geleidelijk tot deze formule der Gylfag. gekomen die geheel christelijk klinkt: « Al de zielen der rechtschapenen zullen bij hem (Odin) verwijlen in het oord dat Gimlé (Hemel) heet; de boozen, daarentegen komen in de Hel, in het Nevelrijk, van onder in de negende wereld ».

Aan den ingang van het hellerijk, in eene rotsholte, zit de hond Garm de inkomenden te beloeren. Hij wordt de beste der honden genoemd. Als het einde der wereld naakt, zal hij luide blaffen, zich van zijne keten losrukken en met den krijgsgod Tyr den strijd aangaan, waarin beide bezwijken. Garm vervult de rol van Cerberus uit de Grieksche mythologie.

Het rijk der doodengodin schijnt hierdoor nog beperkt te zijn, dat al degenen die op zee omkomen aan eene bijzondere godin, Ran, gewijd zijn en ten buit vallen. Deze kan de doodengodin der zee genoemd worden.

Sluiten