Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de schepen des heerschers en hadt wel de monding der zee gesperd; bij Ran hadt gij al de helden des vorsten gezonden, indien u de staf niet had getroffen »(Helgakv. Hjijrvardsz. 18). Uit de Frithjofssage, een volksverhaal van de i4de eeuw, moet men het besluit trekken, dat Ran, hoe onbarmhartig zij anders ook was, bij middel van goud kon omgekocht worden. Toen Frithjof, van Ingeborg gescheiden, op den waterplas zwalpt, houwt hij met eenen zwaardslag zijnen gouden armring in stukken om aan elk zijner mannen een aandeel te geven. Immers, zeggen zij : « Goed is 't goud te hebben als men vaart op zee, komt met ledige handen niet bij blauwe Ran ». In dezelfde sage worden de schepen van Helge, die in den zeevloed zonken, beschreven als door duistere machten getrokken in Ran's armen. Zoowel als Ran en Aegir de zee belichamen, worden de baren der zee hunne dochters genoemd (.Hgkv. Hu. i, 30) : Hijschen deed Helgi nog hooger de zeilen; het scheepsvolk schrikte voor geen schuimende baren, al wilde ook Aegirs onvriendelijke dochter de zeerossen (schepen) verzwelgen.

Zoo worden er negen dochters van Aegir en Ran genoemd, die negen verscheidene soorten of toestanden in de zeebaren voorstellen.

Sluiten