Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of uit de menigvuldige wanstaltigheden der reuzen. De voornaamste karaktertrek hunner gedaante is bovenmatige grootte en sterkte, waarmede dan ook, natuurlijk hunne ondernemingen en werken in verhouding zijn. Die ontzagwekkende lichaamsbouw is echter door menige onregelmatigheden ontsierd. In het lied van Hymir worden de reuzen in het algemeen veelhoofdig genoemd. Immers als Thor, « met Hymir's ketel terugkeerend, de reuzen zijn voetspoor ziet volgen, wordt er gezegd : < Met Hymir zag hij uit de holten der bergen de veelhoofdige volksschaar komen ». Van Hymir's moeder in het bijzonder wordt gezegd dat zij negenhonderd hoofden had (Hym. 8). In de verwenschingen van Skirnir, Freyr's dienaar, tegen de wederspannige Gerd, luidt het: « Met driehoofdige reuzen zult gij voortdurend leven of zonder echtgenoot blijven > (Skirn. 31). De ijsreus Ymir had een zeshoofdigen zoon (Vafthr. 33), dien een zijner voeten met den anderen geteeld had. Starkad had acht armen en handen, en iedere hand zwaaide een zwaard. Indien de reuzen beroemd zijn om hunne overgroote lichaamsafmetingen en kracht, gelijk Skrymir, die de hamerslagen van Thor op zijn voorhoofd als streelingen van een vallend loofblad of van eene pluim beschouwt, zijn zij daarom niet door hunne plompheid van alle geestesontwikkeling verstoken : de reus Vafthrudnir strijdt met Odin om den palm der wijsheid en deelt hem de verholenste geheimnissen van den oorsprong en het einde der dingen mede. De twee bergreuzinnen Fenja en Menja, die voor koning Frödi goud, vrede en geluk moesten malen op den (irottamolen, maar hem integendeel onvrede maalden, worden geroemd als « de toekomst voorziende » (Skaldsk. 8).

Enkele reuzinnen staan bekend ora hunne bijzon-

Sluiten