Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vandaar dat Fenja en Menja de overgroote steenen wielen van Fródi's molen zoo behendig draaien. Vandaar ook dat zij goud moeten malen, want goud en andere metalen moeten uit den schoot der aarde meestal voortijds uit de bergen getrokken worden. Dit gebeurde hoofdzakelijk door de dwergen. Het Duitsche woord « Bergmann » beteekent nog mijnwerker of steenhouwer. Daarom zingen de twee reuzinnen : « wij rolden steenen voor de vesting der reuzen, zoo dat bevend rondom de bodem schokte; zoo wierpen wij beweegbare steenen, machtige blokken de mannen toe (Molenlied str. i). Hrungnir (de knotsdrager) die met Thor strijdt en door hem overwonnen wordt, is ook een steen- of bergreus ». Zijn hart was van harden steen met scherpe kanten, en drie spitse hoeken, zijn hoofd was ook van steen, zijn schild van steen en hout. » Het was op het steengelaag, zijn gebied, dat hij Thor ten tweekamp gedaagd had. Hij verbeeldt de rots- en steenlagen, die een beletsel zijn voor de vruchtbaarheid van den akkergrond en door den hamer van Thor, den zegenbrenger verbrijzeld worden.

In het Flateyarbok komt een reus Dofri voor, die het Dofrigebergte verpersoonlijkt. Suttung verborg zijne mede in het binnenste van eenen berg, Gunnlod was daar ook in veiligheid en waakte over den schat, totdat Odin haar kwam verleiden om wille van den drank. Groote goudschatten werden veelal in bergen van reuzen of dwergen bewaakt, zooals ook de schat der Nibelungen. Hyndla is de naam eener reuzin, die in eene bergholte slaapt, wanneer Freya haar komt wekken om te zamen met haar de wijsheid van Odin te gaan raadplegen ten gunste van haren beschermeling Ottar. Hyndla wordt verzocht een der wolven uit haren stal te zadelen, om de reis te onder-

Sluiten